ECLI:NL:OGHNAA:2008:BF0856
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- E.P. van Unen
- G.C.C. Lewin
- H.L. Wattel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbegrip en doorbetaling attendency bonus tijdens ziekte en vakantie
De werkneemster stelde dat het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) ten onrechte had geoordeeld dat de attendency bonus deel uitmaakt van het loon en dat de werkgever daarmee aan zijn minimumloonverplichting had voldaan. Het Hof oordeelt dat de attendency bonus inderdaad een vast onderdeel van het loon vormt en dat de werkgever daarmee aan de verplichting voldoet.
Verder stelde de werkneemster dat de werkgever ten onrechte de attendency bonus niet over ziekte- en vakantiedagen doorbetaalde. Het Hof bevestigt dat de werkgever verplicht is de attendency bonus ook over vakantiedagen te betalen en dat de wettelijke verhoging over te late betaling terecht is gematigd tot maximaal 15%. Over de ziekteperiode is het oordeel van het GEA dat de werkgever slechts voor een betrekkelijk korte tijd loon hoeft door te betalen rechtsgeldig, waardoor het Hof het vonnis vernietigt voor zover de werkgever meer moest betalen dan NAF 1.869,- bruto.
De werkneemster krijgt gratis proceskostenverlof vanwege onvermogen. In eerste aanleg en principaal hoger beroep wordt zij veroordeeld in de proceskosten, terwijl in het incidenteel hoger beroep de proceskosten worden gecompenseerd. Het Hof veroordeelt de werkneemster tot terugbetaling van NAF 1.897,25 aan de werkgever en bevestigt het vonnis voor het overige.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de attendency bonus deel uitmaakt van het loon en vernietigt het vonnis voor zover de werkgever meer moest betalen dan NAF 1.869,- bruto plus wettelijke verhoging.