ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG2323

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
4 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
159 HLAR 33/06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 LarArt. 7 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen onbevoegd verklaarde vergunningaanvraag bestuurscollege Saba

Appellante, Thermo Power Saba N.V., verzocht het Bestuurscollege van Saba om een vergunning voor proefboringen en exploitatie van geothermische energie. Het Bestuurscollege stuurde een brief waarin werd meegedeeld dat eerst de wettelijke basis en vergunningsprocedure beschikbaar moesten zijn, zonder toezeggingen te doen.

Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij het Hof. Het Hof oordeelde dat de brief geen beschikking was in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, zodat het Gerecht onbevoegd was om van het beroep kennis te nemen.

Het Hof vernietigde de uitspraak van het Gerecht en verklaarde het Gerecht onbevoegd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak werd behandeld in aanwezigheid van partijen en hun vertegenwoordigers op 23 maart 2007 en het vonnis werd uitgesproken op 4 juni 2007.

Uitkomst: Het Hof verklaart het Gerecht onbevoegd kennis te nemen van het beroep en vernietigt de eerdere uitspraak.

Uitspraak

159 HLAR 33/06
Datum uitspraak: 4 juni 2007
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
de naamloze vennootschap "Thermo Power Saba N.V.", gevestigd op Saba,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 22 juni 2006 in het geding tussen:
appellante
en
het Bestuurscollege van het Eilandgebied Saba.
1. Procesverloop
Bij brief van 11 juni 2001 heeft appellante het Bestuurscollege van het Eilandgebied Saba (hierna: het Bestuurscollege) verzocht haar vergunning te verlenen voor het uitvoeren van proefboringen, boringen ten behoeve van het ontginnen van geothermische energie en het exploiteren van geothermische energie.
Bij brief van 14 november 2005 heeft de advocaat van het Bestuurscollege appellante bericht, als hierna, onder 2.1.1, vermeld.
Bij uitspraak van 22 juni 2006 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (hierna: het Gerecht) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij het Hof ingekomen op 2 augustus 2006, hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Bij brief van 1 november 2006 heeft het Bestuurscollege van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 maart 2007, waar appellante, vertegenwoordigd door haar directeur R.B. van der Pluijm, en het Bestuurscollege, vertegenwoordigd door mr. M.N. Hoeve, advocaat, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt.
2.1.1. Bij brief van 14 november 2005 is namens het Bestuurscollege aan appellante medegedeeld dat, alvorens haar vergunning als verzocht, kan worden verleend, de wettelijke basis en de vergunningsprocedure daarvoor beschikbaar dienen te zijn. Tevens heeft het Bestuurscollege in die brief aan appellante meegedeeld dat het geen toezeggingen heeft gedaan, waaraan appellante vertrouwen kan ontlenen dat aan haar vergunning wordt verleend.
2.1.2. In deze brief wordt aldus slechts informatie verstrekt omtrent de op het verzoek te eniger tijd mogelijk te nemen beslissing. Zij strekt niet tot weigering van enige vergunning. Derhalve is geen sprake van een beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, waartegen krachtens artikel 7, eerste lid, van die wet beroep kon worden ingesteld.
2.2. Het hoger beroep is reeds hierom gegrond. Hetgeen in het hoger beroepschrift is aangevoerd, behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het Gerecht onbevoegd verklaren van het beroep kennis te nemen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 22 juni 2006 in zaak no. Lar 83/2005;
III. verklaart het Gerecht onbevoegd om van het in die zaak ingestelde beroep kennis te nemen;
IV. verstaat dat de griffier aan appellante het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
Voorzitter
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2007