ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG1530

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
5 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
123 HLAR 45/05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 LarArt. 78 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak

Verzoeker heeft bij het Hof een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak van 21 november 2005, waarin het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg gegrond werd verklaard. Het verzoek tot herziening was gebaseerd op de stelling dat een brief van de Minister van Verkeer en Vervoer als een weigering op een beschikking moest worden opgevat, dat een bezwaarbeslissing onjuist was genomen en dat verzoeker niet was gehoord voorafgaand aan de beschikkingen.

Het Hof overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening uitsluitend openstaat voor nader gebleken feiten of omstandigheden die redelijkerwijs niet eerder bekend konden zijn en die tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. De aangevoerde punten van verzoeker kwalificeren niet als zodanige feiten of omstandigheden.

Daarom wordt het verzoek tot herziening ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 5 juni 2006.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

123 HLAR 45/05
Datum uitspraak: 5 juni 2006
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak (artikel 96 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend op [woonplaats],
verzoeker,
om herziening van de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 21 november 2005 in zaak no. 81 HLAR 05/05.
1. Procesverloop
Bij brief, bij het Hof ingekomen op 19 december 2005, heeft verzoeker het Hof verzocht de uitspraak van 21 november 2005 in zaak no. 81 HLAR 05/05, waarbij het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), van 25 januari 2005 gegrond is verklaard, te herzien.
Bij brief, ingekomen op 24 februari 2006, heeft de Minister van Verkeer en Vervoer (hierna: de Minister) van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2006, waar verzoeker, in persoon, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. A.C. Small, advocaat, mr. J. van Schendel, werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken, en mr. C. Sandries, werkzaam bij het Bureau Telecommunicatie en Post, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 96, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: Lar) kan op verzoek van een partij herziening van een onherroepelijke uitspraak van het Hof, bedoeld in artikel 78, plaatsvinden op grond van nader gebleken feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden voor de uitspraak, die de verzoekende partij redelijkerwijs niet bekend konden zijn en die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. Verzoeker betoogt dat een brief van de Minister van 22 juli 2003, die heeft geleid tot de uitspraak van 21 november 2005, dient te worden opgevat als een met een beschikking gelijk te stellen weigering om een beschikking te geven. Voorts voert hij aan dat een beslissing op door hem op 1 september 2004 gemaakt bezwaar ten onrechte niet is genomen met inachtneming van de uitspraak van het Gerecht van 3 juni 2004 in zaak no. 2004/3. Ten slotte betoogt hij dat de Minister hem, voorafgaande aan het geven van de beschikkingen, ten onrechte niet heeft gehoord.
2.3. Hetgeen verzoeker aldus heeft aangevoerd, zijn geen feiten of omstandigheden, als bedoeld in artikel 96, eerste lid, van de Lar. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening strekt er niet toe om het debat te heropenen en de juistheid van de uitspraak, waarvan herziening wordt verzocht, anders dan naar aanleiding van zodanige feiten en omstandigheden, aan de orde te stellen.
2.4. Het verzoek dient als ongegrond te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Ter Berg
Voorzitter w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2006