ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG1016
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning tijdelijk verblijf wegens onvoldoende middelen van bestaan
Appellante verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf, welke door de Gezaghebber werd geweigerd wegens onvoldoende aantoonbare middelen van bestaan. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg, dat het beroep eerst niet-ontvankelijk verklaarde, maar na vernietiging door het Hof de zaak ongegrond verklaarde.
In hoger beroep klaagde appellante dat zij voldoende inkomen had en een garantverklaring was afgegeven. Het Hof oordeelde dat de door appellante overgelegde gegevens onvoldoende waren gestaafd en dat een garantverklaring volgens het beleid van de Gezaghebber alleen relevant is indien de vreemdeling zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen beschikt, wat hier niet het geval was.
Verder stelde appellante dat het Gerecht ten onrechte geen proceskostenvergoeding had toegekend, maar het Hof vond dit terecht omdat het beroep ongegrond was verklaard. Het Hof bevestigde de uitspraak van het Gerecht en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van de vergunning tot tijdelijk verblijf wegens onvoldoende aantoonbare middelen van bestaan.