ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3271
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schriftelijkheidsvereiste bij verzoek tot correctie basisadministratie persoonsgegevens
Appellanten deden mondeling een verzoek aan een medewerker van de afdeling Burgerlijke Stand om de nationaliteit van een betrokkene in de basisadministratie persoonsgegevens te corrigeren. Dit verzoek werd afgewezen omdat het niet schriftelijk was ingediend, zoals vereist volgens artikel 18 van Pro de Eilandsverordening basisadministratie persoonsgegevens (EBP).
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellanten niet-ontvankelijk omdat het verzoek niet aan het schriftelijkheidsvereiste voldeed. Appellanten stelden in hoger beroep dat de mondelinge weigering als een beschikking moest worden aangemerkt en dat het Gerecht ten onrechte alleen het Bestuurscollege als verweerder had aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat een mondeling verzoek niet kan worden aangemerkt als een schriftelijk verzoek zoals bedoeld in de EBP, en dat de mondelinge weigering dus niet gelijkgesteld kan worden met een beschikking. Daarnaast is het Bestuurscollege het enige bevoegde orgaan om op een dergelijk verzoek te beslissen. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Gerecht en verklaarde het Gerecht onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Uitkomst: Het Hof verklaart het Gerecht onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens het ontbreken van een schriftelijk verzoek.