ECLI:NL:OGHNAA:2003:1
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Beschikking
- De Lannoy
- Van Zuthen
- De Boer
- Rechtspraak.nl
Beschikking over griffierechten bij hoger beroep en verzetschriften in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft verzoeker verzet aangetekend tegen een mededeling van de griffier waarin werd gesteld dat het betaalde griffierecht in hoger beroep onvoldoende was, omdat het directe geldelijk belang hoger werd ingeschat dan het betaalde bedrag.
Het Hof overweegt dat het systeem van griffierechten in de Nederlandse Antillen en Aruba afwijkt van het Nederlandse systeem en dat het directe geldelijk belang bepalend is voor de hoogte van het griffierecht. Het bedrag van het conservatoir beslag wordt als goede indicatie van dit belang gezien.
Het Hof stelt dat naheffing van griffierechten mogelijk is zolang er nog geen eindvonnis is gewezen, omdat de heffing in eerste aanleg en hoger beroep voorlopig kan zijn. Na het eindvonnis geldt het rechtszekerheidsbeginsel waardoor naheffing niet meer mogelijk is.
In deze zaak is het verzet van verzoeker tegen de naheffing ongegrond, behalve dat een correctie wordt aangebracht in het te betalen bedrag. Het verzet van de wederpartij tegen een eerdere naheffing is wel gegrond verklaard.
De beschikking verduidelijkt de toepassing van de tarieven in burgerlijke zaken en bevestigt dat advocaten persoonlijk aansprakelijk zijn voor griffierechten verschuldigd door hun cliënten.
Uitkomst: Het verzet van verzoeker tegen de naheffing van griffierechten wordt ongegrond verklaard, met een correctie in het naheffingsbedrag.