ECLI:NL:OGHACMB:2026:89
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- C.G. ter Veer
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Sint Maartense rechter bij internationale gezags- en verblijfplaatskwestie minderjarige
Partijen zijn ouders van een minderjarige die in de Verenigde Staten is geboren en erkend door de vader. De moeder heeft het eenhoofdig gezag en woont met het kind sinds juni 2024 in de VS, waar het kind ook naar school gaat en sociale contacten onderhoudt.
De vader vorderde in eerste aanleg een verbod om met het kind naar de VS te reizen, maar dit werd afgewezen. Het Gerecht verklaarde zich vervolgens onbevoegd omdat de gewone verblijfplaats van het kind in de VS is, wat bepalend is voor de bevoegdheid van de rechter.
In hoger beroep bevestigt het Hof dit oordeel en wijst het betoog van de vader af dat de inschrijving in het bevolkingsregister van Sint Maarten bepalend zou zijn. Het Hof benadrukt dat het begrip gewone verblijfplaats een feitelijk begrip is, gebaseerd op de concrete omstandigheden, waaronder schoolbezoek, sociale contacten, verzekering en woonplaats.
Internationale verdragen zoals het Haags kinderbeschermingsverdrag 1996 en 1961 zijn niet van toepassing omdat de VS deze niet heeft geratificeerd of partij is. Het Hof bevestigt de beschikking en wijst op de mogelijkheid van omgangsregelingen via mediation en videoverbindingen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de Sint Maartense rechter onbevoegd is omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in de Verenigde Staten is.