ECLI:NL:OGHACMB:2026:7
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- C.J.H.G. Bronzwaer
- E.A. Saleh
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake uitbetaling banktegoeden van Mayfair Investments Inc. tegen FCIB en CBCS
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van Mayfair Investments Inc. tegen de Curaçaose bank FCIB en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Mayfair, een besloten vennootschap naar buitenlands recht, heeft in 2006 een rekening geopend bij FCIB. Na de noodregeling van FCIB in 2006, die volgde op betrokkenheid bij grootschalige btw-fraude, kwam de bank onder bewind van CBCS te staan. Mayfair heeft in 2022 de uitkeringsprocedure van FCIB succesvol afgerond, maar de bank weigerde haar tegoed uit te betalen en bracht kosten in rekening die Mayfair betwistte. Het Gerecht in eerste aanleg heeft de vorderingen van Mayfair grotendeels afgewezen, met uitzondering van de maandelijkse maintenance fee die niet meer verschuldigd is vanaf december 2022. In hoger beroep heeft het Hof de vorderingen opnieuw beoordeeld. Het Hof oordeelt dat Mayfair tot 1 december 2022 geen opeisbare vordering had op FCIB, omdat zij de uitkeringsprocedure nog niet succesvol had afgerond. Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en wijst de overige vorderingen van Mayfair af, waarbij het ook oordeelt dat FCIB niet verplicht is tot uitbetaling van het banksaldo.