ECLI:NL:OGHACMB:2026:66
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging benoeming mr. De Cuba tot vereffenaar nalatenschap ondanks bezwaren appellanten
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba waarin mr. J.M. de Cuba is benoemd tot vereffenaar van een nalatenschap. Appellanten, erfgenamen wonende in Nederland, stelden bezwaren tegen deze benoeming en verzochten het Hof om een andere vereffenaar aan te wijzen.
Het Hof heeft de bezwaren van appellanten onderzocht, waaronder klachten over het honorarium, vermeende onvoldoende belangenbehartiging en communicatie. Deze bezwaren werden niet als objectief gerechtvaardigd beoordeeld. Mr. De Cuba beschikt over ruime ervaring en heeft al veel werkzaamheden verricht, wat het belang van een voortvarende afwikkeling van de nalatenschap dient.
Appellanten hebben hun primaire verzoek tot benoeming van mr. Bokkes en een erfgenaam ingetrokken, waardoor alleen het subsidiaire verzoek tot benoeming van een andere vereffenaar resteerde. Het Hof oordeelde dat het ontbreken van objectief gerechtvaardigde bezwaren en het belang van continuïteit in de afwikkeling van de nalatenschap de bevestiging van de beschikking rechtvaardigen.
Het hoger beroep is verworpen en de bestreden beschikking bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 31 maart 2026.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de benoeming van mr. De Cuba tot vereffenaar en wijst het hoger beroep van appellanten af.