ECLI:NL:OGHACMB:2026:53
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- E.W.A. Vonk
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen te hoog geheven griffierecht in hoger beroep bij nalatenschapsvordering
In deze zaak heeft [Verzoeker] hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, waarbij hij als een van negen gedaagden betrokken is in een nalatenschapsprocedure. Bij het indienen van de memorie van grieven werd een griffierecht van NAf 15.000,- in rekening gebracht, waartegen [Verzoeker] verzet heeft aangetekend op grond van artikel 36 van Pro het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken (Ltbz).
Het geschil betrof de wijze van berekening van het griffierecht, waarbij de griffier de waarde van alle vorderingen tegen alle gedaagden had opgeteld, terwijl volgens [Verzoeker] alleen de waarde van de vordering tegen hemzelf in aanmerking moest worden genomen. Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de griffier niet verscheen, heeft het Hof overwogen dat het direct geldelijk belang moet worden bepaald aan de hand van de vordering tegen de appellant zelf.
Het Hof stelde vast dat de waarde van de percelen waarop de vordering tegen [Verzoeker] betrekking heeft, USD 96.246,90 bedraagt. Op basis hiervan werd het griffierecht berekend op Cg 3.460,-, waardoor het teveel betaalde griffierecht van Cg 11.540,- aan [Verzoeker] moet worden terugbetaald. Het verzet werd derhalve gegrond verklaard en de griffier werd opgedragen het teveel betaalde bedrag te restitueren.
Uitkomst: Het verzet tegen het te hoog geheven griffierecht wordt gegrond verklaard en restitutie van het teveel betaalde bedrag gelast.