Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2026:47

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
BON2024H00018
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:173 BWArt. 3:178 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep verdeling verkoopopbrengst woning na ontbinding huwelijk onder huwelijkse voorwaarden

Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen, kochten gezamenlijk een woning in Bonaire die zij in 2018 verkochten aan een vriend, waarna zij de woning terughuurden. De verkoopopbrengst werd gestort op de bankrekening van de vrouw, maar de man beheerde deze rekening en verrichtte betalingen.

De vrouw vorderde betaling van €51.000 van de man, stellende dat hij uitgaven deed voor eigen schulden en niet voor gezamenlijke kosten. De man stelde dat de betalingen bestemd waren voor gezamenlijke schulden en kosten van de huishouding, en dat verrekening van deze kosten niet had plaatsgevonden.

Het Hof oordeelde dat de man aannemelijk heeft gemaakt dat een groot deel van de betalingen aan gezamenlijke kosten is besteed, maar dat circa €25.000 niet is verantwoord als gezamenlijke schulden. Hiervan komt de helft, €12.500, toe aan de vrouw. Het Hof vernietigde het vonnis van het Gerecht en veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 september 2022. Proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €12.500 aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 september 2022.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: BON202200349 – BON2024H00018
Uitspraak: 10 maart 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[appellant]
wonende te [woonplaats],
appellant, in eerste aanleg gedaagde,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[geïntimeerde],
wonende in [woonplaats],
geïntimeerde, in eerste aanleg eiseres
gemachtigde: mr. A.T. Nicolaas.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Partijen hebben de volgende stukken overgelegd:
- een akte van appel van 3 april 2024;
- een memorie van grieven van 15 mei 2024 (met producties);
- een memorie van antwoord van 3 juli 2024 (met een productie);
- schriftelijk pleidooi van de man;
- schriftelijk pleidooi van de vrouw.
1.2
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn op 30 mei 1989 getrouwd in Nederland onder huwelijkse voorwaarden. In die voorwaarden is gemeenschap van goederen uitgesloten, zonder verrekenbedingen, behalve voor de kosten van de huishouding (in artikel 3, jaarlijkse verrekening, met een vervaltermijn van een jaar). Die verrekening heeft nooit plaatsgevonden.
2.2
In 2002 zijn partijen gaan wonen in Spanje en hebben daar een huis gekocht. In 2012 zijn zij naar Bonaire verhuisd en hebben met de verkoopopbrengst van het huis in Spanje in 2013 een huis in Bonaire gekocht (de woning), waar partijen gezamenlijk eigenaar van zijn geworden.
2.3
In 2018 hebben partijen de woning verkocht aan een vriend van partijen ([betrokkene]), die de woning vervolgens aan partijen heeft verhuurd en later, na het uiteengaan van partijen, alleen aan de man. De reden voor verkoop en terughuur was dat partijen met de verkoopopbrengst hun toen openstaande schulden wilden betalen.
2.4
De verkoopopbrengst van de woning (€ 145.120) is door de notaris in december 2018 gestort op de Nederlandse bankrekening van de vrouw ([bankrekeningnummer A], hierna ook: NL bankrekening vrouw). De man had een machtiging voor deze rekening en beheerde deze met instemming van de vrouw.
2.5
De man had een bankrekening in Nederland ([bankrekeningnummer b], hierna ook: NL bankrekening man). Partijen hadden daarnaast een gezamenlijke bankrekening in Bonaire (bij de MCB, hierna: gezamenlijke rekening).
2.6
Partijen zijn uit elkaar gegaan en op of 1 april 2022 is het huwelijk ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking (van 23 februari 2022) in het daarvoor bestemde register.
2.7
In de periode 10 december 2018 tot 28 februari 2022 heeft de man bedragen overgeboekt van de NL bankrekening vrouw, onder meer naar zijn eigen NL bankrekening en naar Sunroof Music BV. Van de NL bankrekening vrouw werd ook de huur van de woning overgemaakt naar [betrokkene].

3.De procedure bij het Gerecht

3.1
De vrouw heeft (na vermindering van eis bij repliek en bij akte van 30 augustus 2023) € 51.000 gevorderd van de man. Zij stelt dat de man in de periode 10 december 2018 tot en met 28 februari 2023 uitgaven heeft gedaan van haar NL bankrekening waarop de verkoopopbrengst van de woning stond, terwijl die uitgaven niet de betaling betreft van gezamenlijke kosten of schulden, maar schulden of kosten van de man alleen, en wel tot een bedrag van € 102.000.
3.2
Na een tussenvonnis van 29 november 2023 waarbij de man in de gelegenheid werd gesteld zijn verweer tegen de vordering te onderbouwen heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht) bij eindvonnis van 21 februari 2024 de man veroordeeld om € 51.500 aan de vrouw te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 september 2022 (datum inleidend verzoek).

4.De beoordeling

bezwaren man tegen bestreden vonnis
4.1
De man heeft hoger beroep ingesteld tegen het eindvonnis. Hij heeft erkend dat hij betalingen tot een bedrag van € 102.000 heeft verricht van de NL bankrekening vrouw, maar stelt dat daarmee schulden zijn betaald die zijn gemaakt ten behoeve van beide partijen en dat daarvan ook de gezamenlijke huishouding van partijen in Bonaire is bekostigd. De man heeft tijdens het huwelijk steeds al zijn inkomsten ingebracht en die werden besteed aan de kosten van de gezamenlijke huishouding, zonder dat partijen ooit tot verrekening zijn overgegaan. De vrouw had geen noemenswaardige inkomsten, heeft de financiële zaken steeds aan de man overgelaten, inclusief het beheer van haar NL bankrekening. Zij heeft daar tijdens het huwelijk ook nooit tegen geprotesteerd. Het is een onredelijke uitkomst dat de man zijn helft van de verkoopopbrengst heeft opgesoupeerd aan het betalen van gezamenlijke kosten en dat de vrouw haar helft geheel krijgt uitbetaald.
betwisting door vrouw
4.2
De vrouw heeft deze stellingen betwist en voert aan dat het niet gaat om verrekening van huishoudelijke kosten (welke vordering bovendien vervallen is), maar om verantwoording van het beheer dat de man gevoerd heeft over de verkoopopbrengst die aan haar voor de helft toekwam. De vrouw betwist dat de man van de verkoopopbrengst gezamenlijke schulden en kosten heeft betaald; hij heeft deze stelling onvoldoende onderbouwd.
grondslag vordering
4.3
Het gaat in deze zaak niet om verrekening van huishoudelijke kosten op grond van de huwelijkse voorwaarden, maar om de verdeling van een eenvoudige gemeenschap (de verkoopopbrengst) waar partijen in beginsel ieder voor de helft recht op hebben. Vast staat dat alleen de man vanaf 10 december 2018 tot 28 februari 2022 beheer over die rekening heeft gevoerd en dat hij daarover rekening en verantwoording moet afleggen (op grond van artikel 3: 173 BW).
duur periode beheer
4.4
Het Gerecht gaat ervan uit dat de man beheer heeft gevoerd over de NL bankrekening vrouw tot 28 februari
2023, in navolging van de stellingen van de vrouw (conclusie van repliek onder 7). Het Hof gaat er echter vanuit dat de vrouw heeft bedoeld te stellen dat het beheer is geëindigd rond 28 februari
2022,vlak na de echtscheidingsbeschikking. Het feit dat de door de vrouw overgelegde bankafschriften van haar NL bankrekening (productie 10 bij conclusie van repliek) de periode 10 december 2018 tot 28 februari
2022betreffen wijst daar ook op.
verdere beoordeling
4.5
Indien het zo is als de man stelt (en wat hij moet bewijzen), namelijk dat de verkoopopbrengst geheel is opgegaan aan het betalen van gezamenlijke schulden (waaronder kosten die ten behoeve van beide partijen zijn gemaakt) dan moeten die schulden in aftrek worden gebracht voordat tot verdeling kan worden overgegaan. Dit volgt uit artikel 3:178 lid 2 BW Pro en ook uit de aard van deze gemeenschap en de redelijkheid en billijkheid die deelgenoten in een gemeenschap jegens elkaar in acht moeten nemen.
4.6
De vrouw heeft dit in feite ook erkend (in haar akte van 30 augustus 2023, onder 16). Zij heeft erkend dat van de oorspronkelijke verkoopopbrengst van € 145.120 de huur van de woning in Bonaire is betaald (in totaal € 35.000) en een gift is gedaan aan [de dochter], de dochter van partijen, van € 1.000. De man heeft volgens haar onvoldoende onderbouwd dat het van de verkoopopbrengst resterende bedrag van € 102.000 is besteed aan de betaling van gezamenlijke schulden. Zij vordert daarom de helft van dat bedrag (€ 51.000) terug van de man.
4.7
De man heeft een door hem zelf opgesteld overzicht overgelegd (productie 1 bij conclusie van dupliek, hierna: het overzicht). Dat overzicht heeft hij na het tussenvonnis van het Gerecht nader toegelicht (bij akte van 20 december 2023 met als producties onder meer overzichten van uitgaven met een creditcard over 2019 en 2020) en opnieuw bij memorie van grieven. Uit dat overzicht en die toelichting blijkt dat de man steeds bedragen overmaakte van de NL bankrekening vrouw naar zijn eigen NL bankrekening. Van die eigen NL bankrekening deed de man betalingen naar de gezamenlijke bankrekening van partijen in Bonaire en naar ICS (voor het betalen van creditcardschulden).
4.8
Het Hof vindt dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt (onder meer door het overleggen van de afschriften van de creditcard bestedingen en zijn toelichting daarop) dat deze bedragen grotendeels zijn besteed aan gezamenlijke kosten van de huishouding. De vrouw heeft erkend (in haar akte van 30 augustus 2023 onder 14) dat uit het overzicht blijkt dat de man € 77.000 van zijn NL bankrekening naar de gezamenlijke bankrekening heeft overgemaakt, maar stelt dat niet te kunnen verifiëren bij gebreke aan bewijsstukken. Zij betwist niet “dat er geldsommen vanuit NL“ zijn gestort op de gezamenlijke bankrekening in Bonaire (en erkent impliciet dat die gelden door partijen zijn besteed aan de huishouding) maar gaat uit van een bedrag van € 20.460, zonder de hoogte van dit bedrag afdoende te verklaren.
4.9
Het Hof zal een knoop doorhakken. Op het overzicht staan een aantal betalingen vermeld als terugbetaling leningen aan bepaalde personen (aan [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3] en [persoon 4] voor in totaal € 10.628). De man heeft onvoldoende onderbouwd dat deze leningen zijn aangegaan voor het betalen van gezamenlijke schulden; hij heeft niet duidelijk gemaakt wie de uitleners zijn, wanneer de leningen zijn aangegaan en voor welk doel. Ook zal het Hof overmakingen aan Sunroof Music (kennelijk de zakelijke vennootschap van de man, volgens de man in de memorie van grieven (p.6) in totaal € 8.000) en overige betalingen die kennelijk te maken hadden met zijn werk (ter zake illustraties trollen e.a en paypal betalingen (volgens de man “een paar duizend dollar voor promotiewerkzaamheden”) niet aanmerken als besteed aan gezamenlijke kosten.
4.1
Dat betekent dat van een (geschat) bedrag van € 25.000 van de verkoopopbrengst niet is komen vast te staan dat dit aan gezamenlijke schulden is besteed. Wat betreft de rest van de verkoopopbrengst heeft de man voldoende aannemelijk gemaakt dat deze aan beide partijen ten goede is gekomen. Het bedrag van € 25.000, waarvoor dat niet geldt, komt ieder van partijen voor de helft toe. De man zal dus € 12.500 moeten betalen aan de vrouw.
slotsom
4.11
Het hoger beroep slaagt deels. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd en de man zal worden veroordeeld tot betaling van € 12.500, vermeerderd met de onweersproken wettelijke rente vanaf 1 september 2022 (datum inleidend verzoek). De vrouw heeft niet gevorderd deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.12
In het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn ziet het Hof aanleiding de proceskosten zowel in de procedure bij het Gerecht als in hoger beroep te compenseren.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van € 25.000, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;
compenseert de proceskosten zowel in eerste aanleg als in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, C.G. ter Veer en J.A. van Voorthuizen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 10 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.