ECLI:NL:OGHACMB:2026:41

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
CUR2024H00142
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling interregionale bevoegdheid en rechtsgeldigheid forumkeuzebeding in verzekeringsgeschil

In deze zaak staat de interregionale bevoegdheid van de rechter in Curaçao centraal. Liberty Mutual Insurance Europe Limited beroept zich op een forumkeuzebeding in haar verzekeringspolis dat de rechter in Den Haag als bevoegde rechter aanwijst. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde zich echter bevoegd, waarna Liberty tussentijds hoger beroep instelde.

Het Hof bevestigt het oordeel van het Gerecht, maar op basis van een andere redenering. Het Hof oordeelt dat het forumkeuzebeding niet rechtsgeldig is omdat het niet voldoet aan de kwaliteitseisen van wilsovereenstemming en duidelijkheid, mede omdat slechts verwezen wordt naar voorwaarden op het polisblad zonder nadere toelichting. Dit geldt zowel in de relatie tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer als tussen de verzekeraar en de verzekerde.

Liberty stelde dat het forumkeuzebeding wel rechtsgeldig is en dat de verzekerde zich daaraan moet houden, maar dit betoog faalt. Het Hof bevestigt de bevoegdheid van de rechter in Curaçao en veroordeelt Liberty in de kosten van het hoger beroep. Het vonnis is gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en op 3 maart 2026 uitgesproken.

Uitkomst: Het Hof bevestigt de bevoegdheid van de rechter in Curaçao en verklaart het forumkeuzebeding in de verzekeringspolis niet rechtsgeldig.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: CUR2022I00013 – CUR2024H00141
CUR2023I00008 – CUR2024H00142
Uitspraak: 3 maart 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaken van:
LIBERTY MUTUAL INSURANCE EUROPE LIMITED,
gevestigd in Den Haag, Nederland,
in eerste aanleg gedaagde in vrijwaring en in ondervrijwaring,
thans appellante,
gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel en J.A. Kopp,
tegen
[DE PENNINGMEESTER],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg eiser in vrijwaring en in ondervrijwaring,
thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. E. Bokkes en G. Hatzmann.
Partijen worden hierna Liberty en [de penningmeester] genoemd.

1.De zaak in het kort

In dit geding is de interregionale bevoegdheid van de rechter van Curaçao aan de orde. Liberty heeft een beroep gedaan op een beding in een verzekeringspolis. Volgens Liberty is de rechter in Den Haag als bevoegde rechter aangewezen.
Het Gerecht heeft zich bevoegd verklaard. Met vergunning van het Hof is hiertegen tussentijds hoger beroep ingesteld. In dit hoger beroep komt het Hof tot dezelfde uitkomst als het Gerecht, maar op grond van een andere redenering.

2.Het verloop van de procedure

2.1
Bij op 16 februari 2024 ingekomen verzoekschrift heeft Liberty het Hof verzocht haar vergunning te verlenen om afzonderlijk hoger beroep in te stellen van de tussen partijen gewezen en op 5 februari 2024 uitgesproken tussenvonnissen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in de zaken met zaaknummers CUR2022I00013 en CUR2023I00008.
2.2
Bij beschikkingen van 4 juni 2024, zaaknummers CUR2024H00076 en CUR2024H00129 heeft het Hof de verzochte vergunningen verleend en in beide zaken het hoger beroep als ingesteld beschouwd.
2.3
Bij op 16 juli 2024 ingekomen memorie van grieven heeft Liberty twee grieven tegen de vonnissen aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen zal vernietigen en de rechter van Curaçao alsnog onbevoegd zal verklaren.
2.4
Bij op 9 september 2024 ingekomen memorie van antwoord heeft [de penningmeester] de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen zal bevestigen, met veroordeling van Liberty in de proceskosten.
2.5
Op 6 mei 2025 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend.
2.6
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

3.De beoordeling

Procedurele gang van zaken
3.1
Bij inleidend verzoekschrift van 21 december 2021 heeft de Vereniging van Eigenaren [naam] (hierna: de VvE) een rechtsvordering tot hoofdelijke betaling van NAf 20.485, met rente, ingesteld tegen twee gedaagden:
- [ de penningmeester], en
- [ de beveiliger], handelende onder de naam [naam] (hierna: [de beveiliger]).
Verkort weergegeven heeft de VvE het volgende aangevoerd. [de penningmeester] was destijds penningmeester van de VvE, maar hij was in die functie geschorst. Hij heeft onrechtmatig jegens de VvE gehandeld door het gevorderde bedrag ten laste van de VvE aan [de beveiliger] te betalen. Het bedrag is onverschuldigd betaald als loon voor beveiligingswerkzaamheden waarvoor geen rechtsgeldige opdracht was verstrekt, aldus de VvE.
3.2
Bij vonnis van 12 september 2022 (verbeterd bij vonnis van 16 september 2022) heeft het Gerecht op vordering van [de penningmeester] beslist dat Liberty zal worden opgeroepen in vrijwaring. [de penningmeester] had een beroep gedaan op dekking onder een (gestelde) bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering bij Liberty.
3.3
Bij hetzelfde vonnis (zoals verbeterd) heeft het Gerecht op vordering van [de beveiliger] beslist dat [de penningmeester] in vrijwaring zal worden opgeroepen op de grond dat niet is uit te sluiten dat [de beveiliger] een regresvordering op [de penningmeester] heeft.
3.4
In de aldus geopende vrijwaringszaak tussen [de beveiliger] en [de penningmeester] heeft het Gerecht bij vonnis van 22 mei 2023 op vordering van [de penningmeester] beslist dat Liberty Specialty Markets Europe S.à r.l. zal worden opgeroepen in ondervrijwaring. [de penningmeester] heeft ook in dit geval een beroep gedaan op dekking onder de (gestelde) bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.
Vorderingen
3.5
Zowel in de vrijwaringszaak als in de ondervrijwaringszaak heeft Liberty gevorderd dat de rechter van Curaçao zich onbevoegd zal verklaren om kennis te nemen van de vordering van [de penningmeester]. Liberty heeft een beroep gedaan op een beding in verzekeringsvoorwaarden.
Beslissingen van het Gerecht
3.6
Bij de bestreden vonnissen van 5 februari 2024 heeft het Gerecht zich bevoegd verklaard om van de geschillen kennis te nemen. Hiertoe heeft het Gerecht overwogen dat art. 77 Rv Pro de normale regels van relatieve bevoegdheid doorbreekt.
Beoordeling door het Hof
3.7
Zoals beide partijen onderkennen, is dit een geval van interregionale aard. De rechter in Curaçao dient bij de beantwoording van de vraag of hem in een dergelijk geval rechtsmacht toekomt, zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de bevoegdheidsbepalingen die voor hem gelden op het terrein van het internationaal privaatrecht (HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1063).
3.8
Grief 1 is gericht tegen het oordeel van het Gerecht dat art. 77 Rv Pro in dit geval een regel van bevoegdheid doorbreekt. Art. 77 Rv Pro doorbreekt geen regels van interregionale bevoegdheid, aldus Liberty.
3.9
Aangenomen moet worden dat indien voor de rechter van Curaçao wordt geprocedeerd, art. 77 Rv Pro in beginsel niet meebrengt dat een oproeping in vrijwaring een rechtsgeldige forumkeuze voor een buitenlandse rechter doorbreekt. Hetzelfde moet worden aangenomen voor een rechtsgeldige keuze voor de rechter van Europees Nederland. In internationale en interregionale gevallen heeft een rechtsgeldig forumkeuzebeding dus in beginsel voorrang boven art. 77 Rv Pro. In zoverre is de grief op zichzelf gegrond.
3.1
Het voorgaande leidt echter niet tot vernietiging van de bestreden vonnissen. Dit volgt uit de volgende overwegingen.
3.11
Bij memorie van antwoord (onder 15-16) heeft [de penningmeester] aangevoerd dat het rechtskeuzebeding niet rechtsgeldig is. Liberty heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid bij pleitnota in hoger beroep in te gaan op dit betoog. Overigens dient het Hof dit ook ambtshalve te beoordelen.
3.12
Bij de beoordeling van de bevoegdheid van de rechter van Curaçao in dit geval gaat het Hof, deels veronderstellenderwijs, uit van het volgende (3.12.1-3.12.5).
3.12.1
Liberty heeft een polisblad van 7 augustus 2019 overgelegd met een verwijzing naar voorwaarden, getiteld: Aon D&O Faciliteit-VC110-09, en met als plaats van afgifte: Den Haag.
3.12.2
Daarnaast heeft Liberty voorwaarden overgelegd, gecodeerd VC110-09 (hierna: de verzekeringsvoorwaarden), waarvan art. 6, voor zover van belang, als volgt luidt (hierna: het forumkeuzebeding):
6 Geschillen
Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen geldt het volgende:
6.2
alle geschillen betreffende deze verzekeringsovereenkomst zijn onderworpen aan de uitspraak van de bevoegde rechter in de plaats van afgifte van de polis.
3.12.3
VvE is de verzekeringnemer (als bedoeld in art. 1.1 van de verzekeringsvoorwaarden). [de penningmeester] is een verzekerde (als bedoeld in art. 1.2 van de verzekeringsvoorwaarden).
3.12.4
Het forumkeuzebeding heeft niet alleen de strekking de rechter in de plaats van afgifte van de polis aan te wijzen als relatief bevoegde rechter, maar ook als internationaal en interregionaal bevoegde rechter.
3.12.5
Het polisblad is afgegeven door Liberty Mutual Insurance Europe SE. Het (eventuele) verschil in identiteit tussen Liberty (procespartij), Liberty Specialty Markets Europe S.à r.l. (genoemd in het dictum van het bestreden vonnis van 22 mei 2023) en Liberty Mutual Insurance Europe SE (genoemd op dit polisblad) is niet van belang voor de beoordeling van de bevoegdheid van de rechter in Curaçao.
3.13
In Curaçao geldt noch het EEX-Verdrag, noch de EEX-Verordening, noch Brussel I-bis, noch het Haags Forumkeuzeverdrag 2005. Deze verdragen kunnen wel een inspiratiebron zijn bij de zoektocht van de rechter van Curaçao naar ongeschreven regels van internationaal en interregionaal bevoegdheidsrecht.
3.14
Naar ongeschreven regels van het interregionaal bevoegdheidsrecht van Curaçao gelden voor de geldigheid van een forumkeuze zekere kwaliteitseisen. De forumkeuze moet het voorwerp geweest zijn van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting moet komen. De zwakste partij bij de overeenkomst moet worden beschermd door te voorkomen dat een partij ongemerkt een clausule tot aanwijzing van de bevoegde rechter in de overeenkomst opneemt (vergelijk: HvJEG 20 februari 1997, C-106/95, ECLI:EU:C:1997:70, NJ 1998/565 (
MSG/Gravières Rhénanes), punt 17).
3.15
Aangenomen moet worden dat het forumkeuzebeding in de relatie tussen de verzekeraar en de VvE als verzekeringnemer niet voldoet aan de hiervoor in 3.14 genoemde eisen. Een enkele verwijzing op een polisblad naar voorwaarden waarin het forumkeuzebeding staat, is onvoldoende. Liberty heeft onvoldoende gesteld voor een ander oordeel.
3.16
Aangezien het forumkeuzebeding in de relatie tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer niet aan de hiervoor onder 3.14 genoemde eisen voldoet, moet worden aangenomen dat hetzelfde geldt in de relatie tussen de verzekeraar en [de penningmeester] als verzekerde.
3.17
Nu het forumkeuzebeding niet aan de hiervoor onder 3.14 genoemde eisen voldoet, kan in het midden blijven of (naar ongeschreven regels van het interregionaal bevoegdheidsrecht van Curaçao) strengere eisen hebben te gelden voor forumkeuzen in verzekeringsovereenkomsten.
3.18
Het forumkeuzebeding is dus niet rechtsgeldig. [de penningmeester] heeft dit terecht aangevoerd, wat er zij van de daarvoor aangevoerde gronden.
3.19
Bij grief 2 heeft Liberty aangevoerd dat nu [de penningmeester] een beroep doet op de polis, hij ook het forumkeuzebeding tegen zich moet laten gelden.
3.2
Dit betoog faalt. Een verzekeringnemer kan dekking onder de polis verlangen en zich daarbij niet gebonden achten aan een forumkeuzebeding in de verzekeringsovereenkomst op de grond dat het niet rechtsgeldig is. Niet valt in te zien waarom iets anders zou gelden voor een verzekerde, niet zijnde verzekeringnemer.
3.21
Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bevestigd. Liberty zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, inclusief de kosten van de procedure(s) betreffende het verzoek om tussentijds hoger beroep.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt de vonnissen waarvan beroep;
veroordeelt Liberty in de kosten van het hoger beroep in beide zaken, aan de zijde van [de penningmeester] gevallen en tot op heden begroot op Cg 344,12 aan verschotten en Cg 4.500,00 aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.J.H.G. Bronzwaer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 3 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.