ECLI:NL:OGHACMB:2026:35

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
CUR2024H00277
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56a Landsverordening Openbare OrdeArt. 60 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op storten kippenmest wegens stank- en vliegenoverlast door pluimveebedrijf

Deze zaak betreft een geschil tussen het pluimveebedrijf Moderno en bewoners van de wijken Sunset Heights en Sun Valley over stank- en vliegenoverlast. Eerder was al een dwangsomvonnis uitgevaardigd tegen Moderno vanwege het storten van kippenmest, dat door de Hoge Raad werd bevestigd.

In het bestreden vonnis werd Moderno verboden kippenmest te storten op een specifieke mestvaalt, en werd een stakingsbevel aan Sunset Heights opgelegd. Beide partijen gingen in hoger beroep met verschillende grieven en vorderingen.

Het Hof oordeelt dat het eerdere vonnis moet worden vernietigd en spreekt een nieuw verbod uit aan Moderno om kippenmest te storten op haar bedrijfsterrein, de mestvaalt of andere niet door de overheid aangewezen locaties, met een dwangsom bij overtreding. Tevens verbiedt het Hof Sunset Heights c.s. executiemaatregelen te treffen voor overtredingen tot 31 augustus 2024. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis van eerste aanleg en legt een nieuw verbod op aan Moderno om kippenmest te storten, met dwangsommen, en verbiedt executiemaatregelen door Sunset Heights c.s. voor overtredingen tot 31 augustus 2024.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: CUR202403704 – CUR2024H00277
Uitspraak: 24 februari 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in kort geding in de zaak van:
de naamloze vennootschap
J & M EGG’S FARM MODERNO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
thans appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E.G.I. van der Plank,
tegen
1. de stichting
STICHTING SUNSET HEIGHTS,
gevestigd in Curaçao,
2.
[GEÏNTIMEERDE 2],
3.
[GEÏNTIMEERDE 3],
4.
[GEÏNTIMEERDE 4],
5.
[GEÏNTIMEERDE 5],
6.
[GEÏNTIMEERDE 6],
7.
[GEÏNTIMEERDE 7],
8.
[GEÏNTIMEERDE 8],
allen wonende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagden in conventie,
gedaagden 1 en 2 tevens eisers in reconventie,
thans geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. M.D. van den Brink.
Appellante (in principaal hoger beroep) wordt Moderno genoemd.
Geïntimeerden 1 tot en met 8 (in principaal hoger beroep) worden gezamenlijk Sunset Heights c.s. genoemd.
Geïntimeerde 1 (in principaal hoger beroep) wordt Sunset Heights genoemd.
Geïntimeerde 2 (in principaal hoger beroep) wordt [geïntimeerde 2] genoemd.
Geïntimeerden 3 tot en met 8 (in principaal hoger beroep) worden gezamenlijk de overige bewoners genoemd.

1.De zaak in het kort

Dit kort geding heeft betrekking op de vraag of het pluimveebedrijf van Moderno onrechtmatige hinder veroorzaakt voor bewoners van de wijken Sunset Heights en Sun Valley. Daarover is eerder geprocedeerd geweest.
In dit hoger beroep spreekt het Hof tegen beide zijden een verbod uit.

2.Het verloop van de procedure

2.1
Bij op 27 november 2024 ingekomen akte van appel is Moderno in hoger beroep gekomen van het in kort geding tussen partijen gewezen en op 6 november 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
2.2
Bij op 18 december 2024 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft Moderno twee grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Sunset Heights c.s. alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Sunset Heights c.s. in de proceskosten in beide instanties.
2.3
Bij op 18 februari 2025 ingekomen memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties, hebben Sunset Heights c.s. de grieven van Moderno bestreden en zelf een grief tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Verder hebben zij bij deze memorie de reconventionele vordering gewijzigd. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, hun de gewijzigde reconventionele vordering zal toewijzen, met veroordeling van Moderno in de proceskosten in alle instanties, met rente.
2.4
Bij op 2 april 2025 ingekomen memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep, met een productie, heeft Moderno de grief van Sunset Heights c.s. bestreden en verweer gevoerd tegen de gewijzigde reconventionele vordering. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het incidenteel hoger beroep verwerpt en Sunset Heights c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.
2.5
Op 20 mei 2025 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. Sunset Heights c.s. hebben daarbij producties overgelegd die zij vooraf aan Moderno hadden toegezonden.
2.6
Vonnis is bepaald op vandaag.

3.De beoordeling

Feitelijke uitgangspunten
3.1
Het Hof gaat uit van het volgende.
3.1.1 [
[geïntimeerde 2] en de overige bewoners wonen in de wijken Sunset Heights en Sun Valley in Curaçao. Op enkele honderden meters afstand ten oosten van die wijken (bovenwinds) exploiteert Moderno sinds 1990 een pluimveebedrijf. Hierbij wordt kippenmest geproduceerd.
3.1.2
In 2021 zijn Sunset Heights c.s. een kort geding tegen Moderno begonnen in verband met stank- en vliegenoverlast. Dit heeft geleid tot een vonnis van het Gerecht van 28 juni 2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:143. Tegen dat vonnis heeft Moderno hoger beroep ingesteld.
3.1.3
Bij beschikking van 11 november 2021 heeft de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur (hierna respectievelijk: de minister, en: GMN) een hindervergunning aan Moderno verleend voor een termijn van twaalf maanden.
3.1.4
Het hoger beroep tegen het vonnis van 28 juni 2021 heeft geleid tot een vonnis van het Hof van 28 juni 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:289 (hierna: het dwangsomvonnis). In het dictum van het dwangsomvonnis staat onder meer:
Het Hof:
(…)
verbiedt Moderno om dierlijk en/of organisch materiaal, waaronder kippenmest, te storten op haar bedrijfsterrein of op enige andere dan de door de overheid aangewezen locatie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van NAf 10.000,00 per overtreding van dit verbod, met een maximum van NAf 1.000.000,00;
veroordeelt Moderno om de mest dagelijks uit de stallen te verwijderen en om de mest op de voet van de overeenkomst tussen Moderno en BioMclue of op vergelijkbare wijze dagelijks af te voeren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van NAf 10.000,00 per overtreding van dit verbod, met een maximum van NAf 1.000.000,00;
(…).
In de overwegingen van het dwangsomvonnis staat onder meer:
3.21
Deze veroordelingen gelden zo lang de huidige of vergelijkbare vergunningsvoorwaarden van kracht zijn of totdat in een bodemprocedure is beslist.
3.1.5
Bij exploot van 4 juli 2022 hebben Sunset Heights c.s. het dwangsomvonnis aan Moderno doen betekenen met bevel om aan de inhoud daarvan te voldoen en aanzegging dat het dwangsomvonnis anders zal worden ten uitvoer gelegd.
3.1.6
Bij procesinleiding van 30 augustus 2022 heeft Moderno cassatieberoep ingesteld tegen het dwangsomvonnis.
3.1.7
Bij beschikking van 10 november 2022 heeft de minister de hindervergunning van 11 november 2021 verlengd met een termijn van twaalf maanden.
3.1.8
Bij HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1584 heeft de Hoge Raad het tegen het dwangsomvonnis ingestelde cassatieberoep verworpen.
3.1.9
Bij exploot van 5 december 2023 hebben Sunset Heights c.s. het dwangsomvonnis en het arrest van de Hoge Raad aan Moderno doen betekenen met bevel om aan de inhoud van het dwangsomvonnis te voldoen en aanzegging dat het dwangsomvonnis anders zal worden ten uitvoer gelegd.
3.1.10
Bij exploot van 31 augustus 2024 hebben Sunset Heights en [geïntimeerde 2] aan Moderno doen aanzeggen dat Moderno uit hoofde van het dwangsomvonnis NAf 2 miljoen aan dwangsommen heeft verbeurd, met sommatie tot betaling.
3.1.11
Op 11 november 2024 hebben Sunset Heights en [geïntimeerde 2] het in dit hoger beroep bestreden vonnis aan Moderno laten betekenen.
3.1.12
In een memo van 24 november 2024 heeft een adviseur van het ministerie van GMN de overheid geadviseerd zich met meer onderzoek en communicatie in te spannen voor een oplossing van de stankoverlast. Op dezelfde dag heeft de minister een werkgroep ingesteld.
3.1.13
Bij brief van 10 december 2024 heeft de minister aan Sunset Heights bericht, verkort weergegeven, dat het van Sunset Heights ontvangen plan van aanpak van de stankoverlast onvoldoende concreet en doeltreffend is en dat de minister een nieuw plan van aanpak van Sunset Heights verlangt. In deze brief staat ook dat de minister geen verzoek om een hindervergunning heeft ontvangen.
3.1.14
In de periode tussen half november 2024 tot aan de memorie van antwoord van 18 februari 2025 hebben [geïntimeerde 2] en de overige bewoners over het algemeen weinig tot geen stank- en vliegenoverlast ervaren.
3.1.15
Bij beschikking van 31 maart 2025 heeft de minister met verwijzing naar art. 56a Landsverordening Openbare Orde (P.B. 2015 no. 15) ter voorbereiding op de afgifte van een hindervergunning een tijdelijke vergunning verleend voor het milieuhygiënisch verantwoord transporteren, opslaan, overslaan en verwerken van kippenmest, voor een periode van twaalf weken, met de mogelijkheid tot verlenging van telkens twaalf weken tot een maximale duur van zes maanden.
3.1.16
Bij beschikkingen van 6 mei 2025 heeft de Minister van Verkeer, Vervoer & Ruimtelijke Planning bouwvergunningen aan Moderno verleend voor het bouwen van een ruimte ter verwerking van pluimveemest, twee kippenhokken en een kuikenshok, alle te Plantage Zee- en Landzicht.
Vorderingen
3.2
In dit kort geding heeft Moderno, verkort weergegeven, een bevel tot staking van de executie van het dwangsomvonnis gevorderd, versterkt met dwangsommen.
3.3
Sunset Heights en [geïntimeerde 2] hebben in reconventie gevorderd, verkort weergegeven:
- bevel tot verstrekking van afschrift van diverse geschriften;
- verbod om kippenmest te verbranden;
- verbod om kippenmest te storten op locaties als in de vordering omschreven,
alles versterkt met dwangsommen.
Beslissingen van het Gerecht
3.4
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht, verkort weergegeven:
- Sunset Heights bevolen de executie van het dwangsomvonnis te staken zolang de overlast niet is aangezegd met aanzegging van dwangsommen indien Moderno zich niet aan de veroordelingen houdt;
- Moderno verboden om kippenmest te storten op de mestvaalt (een nader in het vonnis omschreven locatie), op straffe van verbeurte van dwangsommen.
Voor het overige heeft het Gerecht de vorderingen over en weer afgewezen.
3.5
Aan deze beslissingen heeft het Gerecht de volgende overwegingen ten grondslag gelegd, verkort weergegeven.
Het is de verantwoordelijkheid van Moderno om tijdig een nieuwe vergunning aan te vragen of om met de overheid in gesprek te gaan over de vraag hoe het verder moet als de overheid geen nieuwe vergunning verstrekt. Die verantwoordelijkheid heeft zij verzaakt (4.6).
De werkwijze die Moderno is gaan hanteren, was tot november 2023 in overeenstemming met de vergunningvoorschriften en leidde tot juni 2024 tot het in het dwangsomvonnis beoogde resultaat. Vanaf juni 2024 leidde deze werkwijze niet meer tot het beoogde resultaat. Voordat Sunset Heights en [geïntimeerde 2] mochten overgaan tot inning van dwangsommen, hadden zij op zijn minst Moderno ervan op de hoogte dienen te stellen dat de gevolgde werkwijze niet meer het beoogde resultaat had. Daarom zal het Gerecht het stakingsbevel uitspreken dat in het dictum staat (4.9).
Bij de gevorderde verstrekking van geschriften hebben Sunset Heights en [geïntimeerde 2] geen belang (meer) (4.14-4.16).
Onvoldoende aannemelijk is dat Moderno kippenmest verbrandt. Daarom wordt het gevorderde verbod om dat te doen afgewezen. Het verbod om kippenmest op de mestvaalt te storten, wordt toegewezen, omdat voldoende aannemelijk is dat deze stortingen tot onaanvaardbare overlast leiden. Het is redelijk om Moderno een termijn van een maand te gunnen voor het zoeken naar een alternatieve oplossing (4.17).
Eiswijziging in hoger beroep
3.6
In hoger beroep hebben Sunset Heights en [geïntimeerde 2] hun (reconventionele) eis gewijzigd. Zij vorderen in hoger beroep, verkort weergegeven, dat het Hof Moderno verbiedt om kippenmest te storten op haar bedrijfsterrein, op de mestvaalt of op enige andere locatie binnen 5 kilometer bovenwinds van de wijk Sunset Heights, versterkt met dwangsommen.
Beoordeling door het Hof
Ontvankelijkheid van Moderno in het hoger beroep tegen de overige bewoners
3.7
Sunset Heights c.s. hebben aangevoerd dat Moderno niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het principaal hoger beroep, voor zover ingesteld tegen de overige bewoners, op de grond dat het principaal hoger beroep beperkt is tot de beslissingen van het Gerecht in reconventie.
3.8
Het Hof verwerpt dit verweer. Hoewel het dictum van de memorie van grieven steun geeft aan de lezing van Sunset Heights c.s., neemt het Hof op grond van 1.2 en 1.3 in het lichaam van de memorie van grieven aan dat ook de (afwijzende) beslissingen van het Gerecht in conventie aan het principaal hoger beroep zijn onderworpen.
3.9
Het Hof neemt aan dat de (toewijzende) beslissingen van het Gerecht in conventie aan het incidenteel hoger beroep zijn onderworpen, ook al zijn daar geen grieven tegen gericht, gelet op het petitum van de memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep.
Ambtshalve beoordeling van de vordering in conventie
3.1
Geen van beide partijen heeft grieven gericht tegen de beslissingen van het Gerecht in conventie. Ter vermijding van mogelijke geschillen daarover ziet het Hof aanleiding om ambtshalve het volgende te overwegen en te beslissen over de vordering in conventie.
3.11
In het exploot van 31 augustus 2024 staat de stelling dat Moderno niet heeft voldaan aan het dwangsomvonnis en dat zij het maximum aan dwangsommen heeft verbeurd. In dit kort geding kan de juistheid van deze stelling niet bindend tussen partijen worden vastgesteld. Daarnaast geldt dat het Hof bij wijze van voorshands oordeel het (eveneens voorshands gegeven) oordeel van het Gerecht onderschrijft dat Sunset Heights en [geïntimeerde 2] naar aanleiding van klachten over stank- en vliegenoverlast vanaf juni 2024 eerst met Sunset Heights in overleg hadden moeten treden, voordat zij het exploot van 31 augustus 2024 lieten uitbrengen. Maar ook hierover kan in dit kort geding niet bindend tussen partijen worden geoordeeld. Daarom zal het Hof bij wijze van voorlopige voorziening Sunset Heigths c.s. (voor de zekerheid alle acht procespartijen) verbieden om executiemaatregelen tegen Moderno te treffen ten aanzien van overtredingen van het in het dwangvonnis uitgesproken verbod, voor zover die overtredingen zijn begaan in de periode tot 31 augustus 2024. Het Hof zal bepalen dat dit verbod geldt totdat in een bodemprocedure anders is beslist. Het Hof zal dit verbod niet versterken met dwangsommen, omdat daar onvoldoende belang bij bestaat.
Locatie mestvaalt
3.12
Onder 2.11 van het bestreden vonnis heeft het Gerecht een locatie aangeduid met een cirkel op een foto en onder 4.5 heeft het Gerecht deze locatie de mestvaalt genoemd. Het Hof zal die locatie in dit vonnis ook zo noemen.
Geen uitleg van het dwangsomvonnis
3.13
Sunset Heights c.s. hebben bij memorie van grieven in incidenteel hoger beroep onder 10.3 aangevoerd dat het erop lijkt dat het in het dwangsomvonnis uitgesproken verbod niet meer van kracht is. Bij pleitnota in hoger beroep hebben zij onder 4.1-4.3 met stelligheid aangevoerd dat dit verbod niet meer geldt. Dit betekent dat Sunset Heights c.s. zelf het standpunt innemen dat overtredingen van dit verbod in de toekomst niet zullen kunnen leiden tot verbeurte van dwangsommen op basis van het dwangsomvonnis. Moderno kan Sunset Heights c.s. aan dit standpunt houden. Gelet daarop is het niet nodig dat het Hof in dit kort geding uitleg geeft aan het dwangsomvonnis.
3.14
Bij die stand van zaken hebben Sunset Heights c.s. belang bij beoordeling van de reconventionele vordering zoals die thans luidt. Dat belang is ook voldoende spoedeisend, omdat zij iedere dag belang erbij hebben gevrijwaard te blijven van stank- en vliegenoverlast.
Nieuw verbod?
3.15
Dit kort geding in hoger beroep is niet erop gericht om vast te stellen of Moderno zich gehouden heeft aan het door het Gerecht in reconventie uitgesproken verbod, en zo nee, of zij daardoor dwangsommen heeft verbeurd. Het is erop gericht om te voorkomen dat Sunset Heights (althans degenen wier belangen deze stichting vertegenwoordigt) en [geïntimeerde 2] in de toekomst hinder ondervinden van onrechtmatige gedragingen van Moderno. Het is daarom nu niet meer van belang of de maand die het Gerecht in het bestreden vonnis aan Moderno heeft gegund om zich op het verbod voor te bereiden, voldoende was.
3.16
Gelet op de voorgeschiedenis is het Hof voorshands van oordeel dat Sunset Heights c.s. een zeker risico lopen dat Moderno zich niet of niet geheel zal houden aan vergunningsvoorschriften of andere aanwijzingen van de uitvoerende macht van de overheid. Het Hof acht voorshands ook voldoende aannemelijk dat storting van kippenmest op het bedrijfsterrein van Moderno of op de mestvaalt (thans) onrechtmatige hinder jegens Sunset Heights en [geïntimeerde 2] zou opleveren. Voor nader onderzoek naar het causaal verband tussen deze eventuele stortingen en de ondervonden hinder is in dit kort geding geen plaats.
3.17
Het Hof is echter voorshands van oordeel dat de door Sunset Heights en [geïntimeerde 2] genoemde afstand van vijf kilometer te ruim is. Beter is het om een soortgelijk dictum uit te spreken als in het dwangsomvonnis is gebeurd. Het Hof zal dat doen.
Slotsom
3.18
Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. Gelet op de uitkomst zal het Hof de proceskosten in eerste aanleg, in principaal hoger beroep en in incidenteel hoger beroep compenseren. Anders dan Sunset Heights c.s. hebben betoogd, is er onvoldoende reden om een andere beslissing over de proceskosten te nemen. Niet met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat dit kort geding niet nodig zou zijn geweest, indien Moderno de stukken die zij bij de mondelinge behandeling bij het Gerecht heeft overgelegd, eerder aan Sunset Heights c.s. zou hebben verstrekt. Het Hof ziet daarom geen aanleiding gebruik te maken van zijn in art. 60 lid 1 Rv Pro genoemde bevoegdheid met betrekking nodeloos veroorzaakte kosten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
verbiedt Sunset Heigths c.s. om executiemaatregelen tegen Moderno te treffen ten aanzien van overtredingen van het in het dwangvonnis uitgesproken verbod, voor zover die overtredingen zijn begaan in de periode tot 31 augustus 2024;
bepaalt dat dit verbod geldt totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist;
verbiedt Moderno om dierlijk of organisch materiaal, waaronder kippenmest, te storten op haar bedrijfsterrein of op de mestvaalt of op enige andere dan door de overheid aangewezen locatie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 10.000 per overtreding van dit verbod, met een maximum van Cg 1.000.000;
bepaalt dat dit verbod geldt met ingang van een maand na betekening van dit vonnis aan Moderno en zo lang als de voorschriften als gegeven in de beschikking van 31 maart 2025 of vergelijkbare voorschriften van kracht zijn of totdat in een bodemprocedure is beslist;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten in eerste aanleg, in principaal hoger beroep en in incidenteel hoger beroep zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en J.A. van Voorthuizen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 24 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.