ECLI:NL:OGHACMB:2026:23

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
AUA2023H00053
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.1 polisvoorwaardenArt. 29 lid 2 Landsbesluit verkeersregels
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeraar weigert dekking wegens grove schuld bij eenzijdig verkeersongeval

Deze zaak betreft een hoger beroep van de verzekeraar Citizens tegen een eerdere uitspraak waarin dekking werd toegekend aan de verzekeringneemster na een eenzijdig verkeersongeval in Aruba. De verzekeraar stelde dat sprake was van grove schuld van de bestuurster, waardoor uitsluiting van dekking gerechtvaardigd was.

In het tussenvonnis werd de verzekeringneemster toegelaten tot tegenbewijs, waarna zij haar dochter als getuige deed horen. De getuige verklaarde dat de auto niet over de kop was geslagen en dat de snelheid ongeveer zeventig kilometer per uur was. Het Hof herzag de bewijswaardering en concludeerde dat de foto’s en het mutatierapport ernstige schade aan de auto en omgeving toonden, wat niet verenigbaar was met de verklaring van de getuige.

Het Hof stelde vast dat de bestuurster harder dan zeventig kilometer per uur moet hebben gereden en dat dit een grove schuld oplevert, mede gelet op het slechte zicht door gebrek aan verlichting. De verzekeraar mocht daarom de dekking weigeren op grond van de polisuitsluiting voor grove schuld. Het Hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en wees de vordering van de verzekeringneemster af, waarbij zij in de proceskosten werd veroordeeld.

Uitkomst: De vordering van de verzekeringneemster wordt afgewezen wegens grove schuld van de bestuurster, waardoor de verzekeraar dekking mag weigeren.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202100357 – AUA2023H00053
Uitspraak: 10 februari 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
NETHERLANDS ANTILLES & ARUBA ASSURANCE COMPANY (NA&A) N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. D.C.A. Crouch,
tegen
[DE VERZEKERINGNEEMSTER],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D.E. Croes.
Partijen worden hierna Citizens en de verzekeringneemster genoemd.

1.De zaak in het kort

Deze zaak gaat over schade die is ontstaan bij een eenzijdig verkeersongeval in Aruba. Verzekeraar Citizens heeft geweigerd dekking te verlenen.
Op vordering van de verzekeringneemster heeft het Gerecht de verzekeraar bevolen alsnog dekking te verlenen.
In dit hoger beroep heeft het Hof bij tussenvonnis een bewijsopdracht verstrekt.
In dit eindvonnis waardeert het Hof het bewijs. Het Hof komt tot het oordeel dat de verzekeraar geen dekking behoeft te verlenen.

2.Het verdere verloop van de procedure

2.1
Bij vonnis van 4 februari 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:23 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof de verzekeringneemster tegenbewijs opgedragen.
2.2
De verzekeringneemster heeft op 12 september 2025 één getuige doen horen. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Citizens heeft geen getuigen doen horen.
2.3
Op 9 december 2025 hebben beide partijen een conclusie na getuigenverhoor ingediend.
2.4
De datum van uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.
3.
De verdere beoordeling
3.1
In het tussenvonnis heeft het Hof onder 3.20 onder meer als volgt overwogen:
Tussen partijen staat vast dat de auto over de kop is geslagen. Dit past ook bij het schadebeeld dat op de door Citizens overgelegde foto’s is te zien. De afstand tussen de kruising en de plek van de botsing, de omstandigheid dat niet alleen een muur, maar ook een lantaarnpaal is geraakt en dat de auto in zwaar beschadigde staat in het midden van de weg lijkt te zijn terechtgekomen (dit is niet betwist en past bij de overlegde foto’s), in samenhang bezien, leiden het Hof tot het oordeel dat voorshands bewezen is dat de bestuurster met een zo grote snelheid heeft gereden dat de schade is veroorzaakt door grove schuld van de bestuurster.
3.2
In het tussenvonnis heeft het Hof de verzekeringneemster toegelaten tot tegenbewijs.
3.3
De verzekeringneemster heeft één getuige doen horen, namelijk haar dochter, die ten tijde van het ongeval de verzekerde auto bestuurde (de bestuurster).
3.4
De getuige heeft verklaard dat de auto niet over de kop is geslagen en dat het dak van de auto niet beschadigd was. Naar aanleiding hiervan heeft het Hof de foto’s van de beschadigde auto (productie 3 bij conclusie van antwoord, tevens bijlagen B-41 tot en met B-43 bij productie 4 bij conclusie van antwoord) opnieuw bekeken. Het is niet goed te zien of er schade aan het dak is. Op basis hiervan komt het Hof terug van zijn vaststelling dat de auto over de kop is geslagen. Voor de beslissing in deze zaak is dat niet doorslaggevend.
3.5
Niettemin tonen die foto’s ernstige schade aan de auto. Verder staat in het mutatierapport van de politie (productie 3 bij inleidend verzoekschrift) niet alleen dat de auto total loss was, maar ook dat de schade aan de muur aanzienlijk was, met omschrijving “2x betonnen kolom, 2x lampen, 1x erfportier, 1x woning portier”. De geraakte lantaarnpaal is in het mutatierapport ook omschreven als total loss. Overeind blijft verder dat de auto een afstand van ongeveer 225 meter heeft afgelegd vanaf de kruising met de [weg] tot aan de plek van de botsing, dat bij de botsing een muur en een lantaarnpaal zijn geraakt en dat de auto in zwaar beschadigde staat in het midden van de weg is terechtgekomen.
3.6
Van het voorgaande moet worden uitgegaan. Naar algemene ervaringsregels is dat niet verenigbaar met de verklaring van de getuige dat zij ongeveer zeventig kilometer per uur reed. Dit geldt ook indien de auto, zoals de getuige heeft verklaard:
- het trottoir heeft geraakt en/of op het zand is terechtgekomen,
- weer op de weg is terechtgekomen,
- frontaal op de betonnen muur is gebotst,
- door de impact van de botsing een U-turn heeft gemaakt, en
- met de zijkant in aanraking is gekomen met een lantaarnpaal
(en/of opnieuw de muur).
Het geldt ook als de bestuurster bewusteloos is geraakt. Dat kan weliswaar hebben meegebracht dat zij niet (bewust) heeft geremd, maar dat is onvoldoende om haar lezing van de toedracht geloofwaardig te maken.
3.7
De bestuurster moet harder dan zeventig kilometer per uur gereden hebben. Zij moet met een zo grote snelheid gereden hebben dat de schade is veroorzaakt door grove schuld van de bestuurster. Bij dit oordeel heeft het Hof mede in aanmerking genomen dat de getuige heeft verklaard dat het zicht slecht was wegens gebrek aan verlichting. Indien het zicht op de weg slecht is, door welke oorzaak dan ook, moeten bestuurders de gekozen snelheid daaraan aanpassen (vergelijk art. 29 lid 2 Landsbesluit Pro verkeersregels). Dat geldt zowel voor weggebruikers die ter plaatse bekend zijn als voor degenen die dat niet zijn.
3.8
Het voorshands bewijs is niet ontzenuwd. Citizens mag daarom dekking weigeren ingevolge de uitsluitingsgrond ‘grove schuld’ als bedoeld in art. 7.1 van de polisvoorwaarden.
3.9
Het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De vordering moet alsnog worden afgewezen. De verzekeringneemster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide instanties.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
wijst de vorderingen van de verzekeringneemster af;
veroordeelt de verzekeringneemster in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Citizens gevallen en begroot op Afl. 2.500,00 aan salaris voor de gemachtigde;
veroordeelt de verzekeringneemster in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Citizens gevallen en tot op heden begroot op Afl. 1.097,00 aan verschotten en Afl. 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.J.H.G. Bronzwaer en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 10 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.