Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
maandag 23 november 2026 om 13:30 uurin het Kas di Korte in Curaçao tot het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Partijen, [de man] en [de vrouw], zijn betrokken bij een civiel geschil over het gebruiksrecht van een perceel domeingrond en de daarop gebouwde opstal te Curaçao. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat [de vrouw] een sterker recht heeft dan [de man]. [De man] ging in hoger beroep en voerde zeventien grieven aan tegen dit vonnis.
Het Hof constateert dat partijen een affectieve relatie hadden en dat de huurrechten en het gebruiksrecht van de opstal oorspronkelijk toekwamen aan de erfgenamen van [erflater]. Beide partijen hebben bedragen gestort voor de verkrijging van deze rechten, maar de overdracht is niet tot stand gekomen. [De vrouw] vordert onder meer bevestiging van haar sterker recht en eigendom, terwijl [de man] de overdracht aan haar betwist.
Het Hof oordeelt dat het geschil niet kan worden beslist zonder nadere inlichtingen en een mondelinge behandeling wordt gelast. Daarbij zal ook worden geprobeerd een minnelijke regeling te treffen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De mondelinge behandeling is vastgesteld op 23 november 2026.
Uitkomst: Het Hof gelast een mondelinge behandeling voor nadere inlichtingen en schikking en houdt verdere beslissingen aan.