Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2026:154

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
AUAH00091
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 129 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorshands oordeel over valse facturen en bewijslastverdeling in civiele procedure

Boardwalk vordert terugbetaling van ruim Afl. 220.000 wegens vermeende valse facturen van GIA, die volgens haar niet overeenkomen met geleverde goederen. Het Gerecht wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. In hoger beroep betoogt Boardwalk dat GIA onrechtmatig heeft gehandeld en onverschuldigd is betaald.

Het Hof oordeelt voorshands dat de bewijslast voor het aantonen van valse facturen bij Boardwalk ligt conform art. 129 Rv Pro. Boardwalk heeft een specifiek bewijsaanbod gedaan en wordt toegelaten tot bewijslevering. Het Hof verwijst de zaak naar de rol voor uitlatingen van partijen over de producties en eventueel eindvonnis in een gerelateerde procedure.

De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na ontvangst van de reacties. Het voorshands oordeel sluit niet uit dat het bewijs- en bewijsthema nog kan worden aangepast. Het Hof benadrukt dat de procedure zorgvuldig zal worden voortgezet met ruimte voor bewijs en wederhoor.

Uitkomst: Het Hof geeft een voorshands oordeel en verwijst de zaak naar de rol voor nadere bewijslevering en uitlatingen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202204558 – AUA2024H00091
Uitspraak: 9 juni 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
THE BOARDWALK N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres,
thans appellant,
gemachtigde: mr. G.W. Rep,
tegen:
1. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
G.I.A. GOODS IMPORT & LOGISTICS ARUBA V.B.A.,
gevestigd in Aruba,
2.
[DIRECTEUR GIA],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg gedaagden,
thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. D.G. Illes.
Partijen worden hierna Boardwalk, GIA en [directeur GIA] genoemd. GIA en [directeur GIA] gezamenlijk worden aangeduid als GIA c.s.

1.De zaak in het kort

Dit geding heeft betrekking op, door Boardwalk betaalde, facturen van GIA voor, volgens Boardwalk, niet geleverde goederen.
In dit hoger beroep geeft het Hof een voorshands oordeel en wordt de zaak naar de rol verwezen voor uitlating van partijen.

2.Het verloop van de procedure

2.1
Bij op 26 april 2024 ingekomen akte is Boardwalk in hoger beroep gekomen van het op 20 maart 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht).
2.2
Bij op 6 juni 2024 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft Boardwalk vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vordering van Boardwalk alsnog, uitvoerbaar bij voorraad, zal toewijzen met veroordeling van GIA c.s. in de proceskosten in beide instanties.
2.3
Bij op 26 augustus 2024 ingekomen memorie van antwoord hebben GIA c.s. de grieven van Boardwalk bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van Boardwalk in de proceskosten.
2.4
Op 9 december 2025 zijn zijdens Boardwalk en GIA c.s. pleitnotities ingediend. Bij de pleitnotities van Boardwalk zijn producties gevoegd.
2.5
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

3.De beoordeling

De feiten
3.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
3.2
Boardwalk exploiteert een in Noord gelegen boutique hotel.
3.3
GIA verleent diensten op het gebied van goederenvervoer, onder andere door zorg te dragen voor invoer en aflevering van door klanten in het buitenland gekochte goederen. [directeur GIA] is directeur en enig werknemer van GIA.
3.4
GIA heeft in de periode van 16 april 2019 tot en met 15 december 2021 op haar naam gestelde facturen (72 stuks) aan Boardwalk gezonden. In totaal is daarbij in rekening gebracht Afl. 223.194,78. Dat bedrag is door Boardwalk betaald.
3.5
Tegenover de factuur van 16 april 2019 ad Afl. 2.481,39 stonden daadwerkelijk geleverde goederen.
De vordering van Boardwalk en de beslissing van het Gerecht
3.6
Boardwalk stelt dat, afgezien van de in rov. 3.5 genoemde factuur, sprake is van valse facturen, dat wil zeggen facturen zonder dat daar een daadwerkelijke levering van goederen tegenover heeft gestaan. Zij vordert om die reden terugbetaling van een bedrag van Afl. 220.713,39 met nevenvorderingen.
3.7
Het Gerecht heeft de vordering van Boardwalk afgewezen op de grond dat deze onvoldoende onderbouwd is.
Procedurele aspecten
3.8
In haar eerste grief signaleert Boardwalk het ontbreken van haar akte van 22 februari 2023 in de opsomming van processtukken door het Gerecht. Die akte (met producties 9 en 10) is echter wel aanwezig in het dossier. Bovendien is deze nogmaals door Boardwalk in het geding gebracht. GIA c.s. hebben in hun memorie van antwoord ook niet aangevoerd dat de akte destijds niet ingediend is geweest. Het Hof zal die akte daarom mede in de beoordeling betrekken.
3.9
Bij haar pleitnotities van 9 december 2025 zijn door Boardwalk producties (6 tot en met 11) gevoegd. Niet blijkt dat deze voorafgaand aan de wederpartij zijn toegezonden; GIA c.s. reageren er in hun pleitnotities ook niet op.
Voorshands oordeel
3.1
Aan GIA c.s. zal de gelegenheid worden geboden om alsnog op die producties te reageren. Intussen zal het Hof in dit vonnis wel een voorshands oordeel geven over de zaak (zonder nog de producties 6 tot en met 11 van Boardwalk in dat voorshands oordeel te betrekken). Na de reactie van GIA c.s. wordt bezien of het voorshands oordeel, al dan niet volledig of aangepast (bewijsthema) tot een definitief oordeel kan worden gemaakt. De reactie van GIA c.s. kan voor Boardwalk bovendien aanleiding zijn te bezien of en, zo ja, hoe zij gebruik wil maken van de mogelijkheid bewijs te leveren, zoals deze voorshands wordt geboden.
3.11
Boardwalk heeft stukken overgelegd uit de procedure tussen haar en [werkneemster]. Die procedure staat nu voor eindvonnis. Als Boardwalk of GIA c.s. dat eindvonnis in het geding wil(len) brengen kan dat op na te melden rolzitting.
De bewijssituatie
3.12
Met inachtneming van wat in overweging 3.10 staat oordeelt het Hof nu voorshands als volgt.
3.13
De stellingen van Boardwalk houden in dat GIA c.s. gehouden zijn tot betaling van het gevorderde bedrag omdat zij onrechtmatig hebben gehandeld, omdat onverschuldigd is betaald, omdat GIA c.s. Boardwalk hebben opgelicht en/of omdat door [directeur GIA] is geprofiteerd van de wanprestatie van GIA.
3.14
Boardwalk stelt dat GIA c.s. facturen hebben gestuurd zonder dat sprake is geweest van levering van goederen en dat dus betaald is op basis van valse facturen.
3.15
Ingevolge de hoofdregel van art. 129 Rv Pro rusten stelplicht en bewijslast van de aan haar vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden op Boardwalk. Een regel waaruit een andere verdeling van stelplicht en bewijslast voortvloeit is er niet en ook de redelijkheid en billijkheid nopen niet tot een andere verdeling.
Bewijslevering
3.16
Bij deze stand van zaken is het, voorshands oordelend, aan Boardwalk om te bewijzen dat de in het geding gebrachte facturen (tot een totaalbedrag van
Afl. 220.713,39) vals zijn in die zin dat tegenover het gefactureerde bedrag geen daadwerkelijke levering van goederen stond.
3.17
Boardwalk heeft een specifiek en ter zake dienend bewijsaanbod gedaan. Zij wordt tot bewijslevering toegelaten.
Verdere gang van zaken
3.18
De zaak wordt verwezen naar de rol van 15 september 2026
- voor akte uitlating (P3) van GIA c.s. over de door Boardwalk bij pleitnota in hoger beroep overgelegde producties en, desgewenst, voor het in het geding brengen van het eindvonnis in de zaak van Boardwalk tegen [werkneemster];
- voor het geval GIA c.s. dat eindvonnis niet in het geding brengen: voor akte overleggen productie (P3, eindvonnis in de zaak tussen Boardwalk en [werkneemster]) van Boardwalk;
3.19
Boardwalk kan zich daarna bij akte uitlaten over de vraag of zij, als het voorshandse oordeel, al dan niet volledig of aangepast (bewijsthema), definitief wordt, gebruik wil maken van de geboden gelegenheid tot bewijslevering en, zo ja, hoe; ook kan zij zich dan uitlaten over het eventueel door GIA c.s. in het geding gebrachte eindvonnis in de zaak van Boardwalk tegen [werkneemster];
3.2
GIA c.s. kunnen nog bij akte reageren op de eventueel door Boardwalk overgelegde productie.
3.21
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van
15 september 2026
- voor akte uitlating (
P3) van GIA c.s. over de door Boardwalk bij pleitnota in hoger beroep overgelegde producties en, desgewenst, voor het in het geding brengen van het eindvonnis in de zaak van Boardwalk tegen [werkneemster];
- voor het geval GIA c.s. dat eindvonnis niet in het geding brengen: voor akte overleggen productie (
P3, eindvonnis in de zaak tussen Boardwalk en [werkneemster]) van Boardwalk;
bepaalt dat
- Boardwalk zich daarna bij akte mag uitlaten over de vraag of zij, als het voorshandse oordeel, al dan niet volledig of aangepast (bewijsthema), definitief wordt, gebruik wil maken van de geboden gelegenheid tot bewijslevering en, zo ja, hoe; ook kan zij zich dan uitlaten over het eventueel door GIA c.s. in het geding gebrachte eindvonnis in de zaak van Boardwalk tegen [werkneemster];
- GIA c.s. nog bij akte kunnen reageren op de eventueel door Boardwalk overgelegde productie.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en M.A. Loth, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 9 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.