Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
Het Gerecht is Carin Cares evenmin gevolgd in het betoog dat de vergunning voor de keermuur in strijd is met artikel 22, aanhef en onder 5, van de Bouw- en woningverordening (hierna: Bwv) omdat de keermuur ontsierend is nu haar perceel niet meer naadloos overgaat in dat van Lyra en hinderlijk is omdat de wind wordt tegengehouden. Volgens het Gerecht doet de weigeringsgrond uit deze bepaling zich niet voor, waarbij onder andere van belang is dat op het perceel van Lyra sowieso een gebouw is toegestaan met een bouwhoogte conform het Eilandelijk Ontwikkelingsplan (hierna: EOP) en dat betekent automatisch enige hinder voor de omgeving in vergelijking met een onbebouwd perceel. Het is aan de minister om een standpunt in te nemen over de ontsiering en hinder voor de omgeving en daarbij heeft hij beoordelingsruimte. Het advies van het UOROP van 30 augustus 2024 is volgens het Gerecht voldoende gemotiveerd om het standpunt van de minister dat de keermuur niet hinderlijk of ontsierend is als bedoeld in artikel 22, aanhef en onder 5, van de Bwv te kunnen dragen. In het advies staat, voor zover hier relevant, dat het perceel Lyraweg 41 enige hinder kan ondervinden van de keermuur omdat dit perceel lager ligt dan de omliggende percelen. De kortste afstand van de keermuur tot het pand van Carin Cares is ruim 2 meter en de hoogte van de keermuur is op dat punt ongeveer 2,90 meter. Hierdoor wordt enige wind en enig zicht ontnomen. De hoogte van de keermuur gemeten vanaf het perceel van Lyra is ongeveer 0,10 meter. De keermuur is vanuit bouwkundig opzicht aldus noodzakelijk om het terrein te egaliseren en om de grond tegen te houden, mede voor de veiligheid van de omliggende percelen. Die veiligheid weegt zwaarder dan de geringe ontneming van wind en zicht. Verder is de keermuur qua bouwwijze niet hinderlijk voor de omgeving, omdat het is gemaakt van traditionele bouwmaterialen, namelijk gewapend beton.
Verder heeft het Gerecht geoordeeld dat de minister het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen. Ten tijde van het nemen van die beslissing, op 30 september 2024, had de minister de gerealiseerde keermuur namelijk al gelegaliseerd, door op 4 september 2024 alsnog een bouwvergunning te verlenen voor de keermuur. Daarmee was geen sprake meer van een overtreding en ontbrak een grondslag om handhavend op te treden.
Het betoog slaagt niet.
Het betoog slaagt niet.
Het betoog slaagt niet.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie