Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling in hoger beroep
anticipatory breach), omdat [opdrachtgever] uit gedragingen van IBWD mocht afleiden dat zij blijvend tekort zou schieten in de nakoming van haar verplichtingen. Het Gerecht heeft hierbij overwogen dat art. 7:756 lid 1 BW Pro – dat specifiek voor aannemingsovereenkomsten bepaalt dat vóór de vastgestelde opleveringsdatum de overeenkomst slechts door de rechter kan worden ontbonden – in dit geval niet aan de ontbinding buiten rechte in de weg staat omdat partijen geen opleveringsdatum hadden vastgesteld althans oplevering in de zin van art. 7:758 lid 1 BW Pro niet had plaatsgevonden.
onaanvaardbaaris (i) dat de schade die [opdrachtgever] heeft geleden als gevolg van door de nieuwe opdrachtnemer veroorzaakte (verdere) vertraging voor rekening van IBWD komt en (ii) dat aan [opdrachtgever] schadevergoeding wegens huurinkomstenderving over de hele periode van door IBWD veroorzaakte vertraging wordt toegekend, omdat niet zonder meer kan worden aangenomen dat zonder de vertraging de appartementen gedurende deze hele periode verhuurd zouden zijn geweest. Van deze laatste veronderstelling, die in zijn vordering tot schadevergoeding besloten ligt, heeft [opdrachtgever] ook in hoger beroep geen bewijs geleverd of (voldoende specifiek) aangeboden. Het Hof verenigt zich daarom met de schadebegroting van het Gerecht.