Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
in de zaak van:
[appellant]
de gezamenlijke erfgenamen [geïntimeerde]
[appellant]en
[geïntimeerde]genoemd.
1.
Het verloop van de procedure
het Gerecht)een eindvonnis uitgesproken tussen wijlen [erflater] (hierna: [erflater]) als eiser en de gezamenlijke erfgenamen van [geïntimeerde] (of [geïntimeerde]) [geïntimeerde] als gedaagden. Bij op 30 mei 2024 ingekomen akte heeft [appellant], als erfgenaam, hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis en op 2 juli 2024 heeft hij een memorie van grieven met producties ingediend.
De beoordelingde kern van dit vonnis
'de 941 m2 grond'.Aan beantwoording van de vraag komt het Hof niet toe, omdat her [erfalter] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen wegens een gebrek in het inleidend verzoekschrift.
Kadaster)staat ingeschreven als eigenaar van het hierboven bedoelde perceel van 11/2 acre.
retainer wall(keerwal).
[appellant]afgewezen en de erfgenamen van [erflater] in de proceskosten veroordeeld omdat de erfgenamen van [erflater], gelet op dat verweer, hun stellingen nader
Het Hof: