ECLI:NL:OGHACMB:2025:99
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag vader en omgangsregeling na verhuizing minderjarige naar Nederland
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van het Gerecht in Curaçao waarbij het eenhoofdig gezag over de minderjarige aan de vader werd toegekend en de hoofdverblijfplaats bij hem werd vastgesteld. De moeder wenst gezamenlijk gezag te behouden, terwijl de vader verzoekt het gezag exclusief aan hem toe te kennen en toestemming te krijgen om met de minderjarige naar Nederland te verhuizen.
Het Hof oordeelt dat de omstandigheden gewijzigd zijn en bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader, gelet op het belang van de minderjarige. De Voogdijraad adviseerde dit op basis van de onstabiele situatie bij de moeder, die verslaafd is aan verdovende middelen en geen behandeling wenst, en de stabiele, liefdevolle omgeving die de vader biedt. De vader heeft reeds de hoofdverblijfplaats en verzorging van de minderjarige in Curaçao en heeft in Nederland een netwerk, huisvesting en school geregeld.
De moeder ontkent de verslaving maar verschijnt niet ter zitting en levert geen onderbouwing, waardoor haar stellingen niet worden gevolgd. Ook een door haar geuite beschuldiging tegen de vader wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Het Hof stelt ambtshalve een omgangsregeling vast voor de situatie na verhuizing naar Nederland, bestaande uit wekelijkse videobelmomenten rekening houdend met het tijdsverschil.
Het Hof verleent de vader toestemming om met de minderjarige naar Nederland te verhuizen, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten. Het hoger beroep van de moeder wordt verworpen, behalve voor het onderdeel omgangsregeling dat wordt toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader, staat verhuizing naar Nederland toe en stelt een omgangsregeling vast.