Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
De uitspraak van het Gerecht
Hoger beroep
Beslissing
gegrond;
terugnaar het Gerecht in eerste aanleg van Aruba;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante werd geconfronteerd met een uitzettingsbevel van de minister van Justitie en Sociale Zaken, waarbij tevens een periode van niet-toelating werd opgelegd. Na een bezwaarprocedure wees de minister het bezwaar af en legde een kortere niet-toelatingsperiode op. Het Gerecht verklaarde het beroep van appellante tegen deze beschikking niet-ontvankelijk omdat volgens het Gerecht geen recente machtiging was overgelegd voor het instellen van beroep.
In hoger beroep stelde appellante dat wel degelijk een recente machtiging was verstrekt, gedateerd 30 januari 2024, waarin zij drs. M.L. Hassell machtigde om namens haar rechtsmiddelen in te stellen tot het einde van de procedure. Deze machtiging was per e-mail aan het Gerecht gestuurd en ook door de minister in het verweerschrift erkend. Het Hof oordeelde dat het Gerecht ten onrechte had geoordeeld dat geen recente machtiging was overgelegd.
Het Hof verwierp het standpunt van de minister dat opnieuw een machtiging had moeten worden overgelegd in hoger beroep, omdat het hoger beroep kort na de machtiging was ingesteld en de machtiging expliciet ook het hoger beroep omvatte. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Gerecht en verwees de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling.
Daarnaast veroordeelde het Hof de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het griffierecht, met een wegingsfactor van 0,25 toegepast op het bedrag voor het indienen van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling.