ECLI:NL:OGHACMB:2025:343

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
H 9/25
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling wegens stemmenkopen bij verkiezingen op Sint Maarten

De verdachte, voormalig Statenlid, werd door het Gerecht veroordeeld voor het kopen van stemmen bij de verkiezingen van 11 januari 2024. Hij had samen met een medeverdachte kiezers bewogen om op hem te stemmen in ruil voor geld. Het Hof heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van het Gerecht grotendeels bevestigd, maar de straf gewijzigd.

Het Hof nam enkele bewijsmiddelen van het Gerecht niet over en voegde aanvullend bewijs toe, waaronder WhatsApp-berichten die de betrokkenheid van de verdachte ondersteunen. De bewijsoverwegingen werden verbeterd en aangevuld, waarbij het Hof bepaalde aanwijzingen van het Gerecht niet volgde.

Hoewel het Hof erkent dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zou zijn gezien de ernst van het feit, heeft het rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de impact van de zaak op zijn leven en de ontzetting uit ambt. Daarom legde het Hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar, een taakstraf van 90 uur en ontzetting van het recht om opsporingsambtenaar te zijn en zich verkiesbaar te stellen voor zes jaar op.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar, een taakstraf van 90 uur en ontzetting van bepaalde rechten voor zes jaar wegens stemmenkopen.

Uitspraak

Zaaknummer: H 9/25

Parketnummer: 100.00331/24
Uitspraak: 26 november 2025 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, (hierna: het Gerecht) van 8 januari 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[de verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest en ontzetting van het bekleden van ambten en het passief kiesrecht voor de duur van zes jaren en zes maanden.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en op de terechtzitting in hoger beroep van 3 november 2025.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.R. Bommel, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, subsidiair dat een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor het subsidiair ten laste gelegde, zonder de medeplegen variant.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof zal het vonnis waarvan beroep onder aanvulling van gronden bevestigen. Het Hof kan zich namelijk verenigen met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, maar is van oordeel dat die redengeving dient te worden verbeterd en aangevuld met:
  • weglaten van bewijsmiddel 3;
  • verbetering van bewijsmiddel 7;
  • aanvulling van bewijsmiddelen;
  • verbetering van de bewijsoverweging;
  • verandering van de strafoplegging.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het Hof heeft het door het Gerecht gebruikte bewijsmiddel 3 niet overgenomen.
Het Hof laat uit bewijsmiddel 7 weg:
“[medeverdachte 1] zegt dat hij aan de persoon had gevraagd om een volledige foto te sturen.
Hij zegt dat hij de bewoners aan de overkant, inclusief zijn huisbaas, had
meegenomen om te gaan stemmen. Hij had ze allemaal meegenomen in een kleine
auto die op het erf stond. Hij heeft gewacht totdat ze klaar waren met stemmen en
heeft ze toen terug naar huis gebracht, totdat hij de jongere broer van nummer
twee, tegenkwam bij Bute. Hiermee wordt hoogstwaarschijnlijk Bute Hotel
bedoeld.
[medeverdachte 1] zegt dat zijn huisbaas geen telefoon heeft maar hij is er zeker van dat hij op
[de verdachte] heeft gestemd. Hij uit zijn inspanningen om meer mensen te werven,
waaronder twee meisjes van de Franse kant. Een van hen heeft de hulp van [de verdachte]
nodig. Zij heeft een document bij een departement ingediend en dat document
moet worden getekend worden om haar zaak te kunnen openen. [getuige] verzekert
[de verdachte] dat hij zijn uiterste best voor hem gaat doen, want hij weet dat [medeverdachte 1]
hetzelfde voor hem zou doen.”
Het Hof voegt toe de volgende aanvullende bewijsmiddelen:
1. Een schriftelijk bescheid in de documentenmap. Bijlage 15.1. Uitlezing van de whatsapp berichten tussen “[naam gebruiker 1]” en “[naam gebruiker 2]”. Extraction Report - Samsung SM-A715F_DS Galaxy A71. Gebruiker “[naam gebruiker 1]” stuurt op 2 november 2022 het volgende bericht:
“Good morning this [de verdachte] my number change because whatsapp kick me out of my other number so I am using this one for a while.”
2. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], documentcode 31072024.1030.V03, bijlage 7.8, pagina 213.
I told them that I would pay them if they voted for him. That was just for them to vote for [de verdachte]. I told them that I would give them USD 100,-.(…) My niece and nephew were asking me why [de verdachte] and that’s when I told them that I would pay them USD 100,-.
3. Een proces-verbaal van bevindingen met als onderwerp WhatsApp berichten tussen [medeverdachte 1] en [de verdachte], documentcode 27052024.1222.AMB, pagina 45-46.
Op 1/12/2024 (12 januari 2024) hebben het telefoonnummer [het telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] en het telefoonnummer [het telefoonnummer] in gebruik bij [de verdachte] onder de naam “[naam gebruiker 1]” via WhatsApp contact met elkaar. [medeverdachte 1] gebruikt de username: “[naam gebruiker 2]”.1/12/2024 6:10:45AM (UTC-4) [naam gebruiker 2]-[naam gebruiker 1]- Hoe it went my brother1/12/2024 6:10:51AM (UTC-4) [naam gebruiker 2]-[naam gebruiker 1] -How1/12/2024 6:10:57AM (UTC-4) [naam gebruiker 1]- [naam gebruiker 2] – Number didn’t fall well1/12/2024 6:11:03AM (UTC-4) [naam gebruiker 2]-[naam gebruiker 1] – I get in by a inch brother(…)1/12/2024 6:13:30AM (UTC-4) [naam gebruiker 2]-[naam gebruiker 1] – That’s why I had want to do more for you an your partner nu1/12/2024 6:13:56AM (UTC-4) [naam gebruiker 1]- [naam gebruiker 2] – Bro just because of that1/12/2024 6:15:12AM (UTC-4) [naam gebruiker 2]-[naam gebruiker 1] – Jaj jah I self do wat I could nu I deal with the last two II send you for you nu
Verbetering van de bewijsoverweging
Het Gerecht heeft in de bewijsoverweging op pagina 6 opgenomen:

Op de dag van de statenverkiezingen, 11 januari 2024 om 11.33 uur, bericht [medeverdachte 1]
'[naam gebruiker 1]' dat hij thuis is waarop '[naam gebruiker 1]' antwoordt "Coming". Twintig minuten later die dag vindt er tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een telefoongesprek plaats waarin een mannenstem op de achtergrond bij medeverdachte [medeverdachte 1] is te horen, die door verdachte is herkend als zijn stem. Ook dit is een -vrij sterke- aanwijzing dat verdachte achter de gebruikersnaam '[naam gebruiker 1]' zit.”
Deze overweging wordt door het Hof niet overgenomen.
Verandering van de strafoplegging
Het Gerecht heeft overwogen:
”Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde dan ook niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Gerecht acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.”
Het Hof verandert dit gedeelte van de strafoverweging als volgt:
“Het Hof is, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit, van oordeel dat voor deze verkiezingsfraude in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is aangewezen. De ernst van het feit weegt des te zwaarder nu het delict heeft plaatsgevonden op een klein eiland, waar het democratisch proces bijzonder kwetsbaar is en waar verkiezingsfraude directe en ingrijpende gevolgen heeft voor het vertrouwen van de bevolking in het openbaar bestuur. Gelet op de hierna te noemen bijzondere omstandigheden ziet het Hof toch aanleiding daarvan af te wijken.
Tijdens de zitting is gebleken dat de verdachte sinds het beëindigen van zijn parlementaire functie een ingrijpende periode heeft doorgemaakt. Het onderzoek, de behandeling ter zitting en de daarmee gepaard gaande publieke aandacht hebben, mede door de beperkte schaal van de eilandgemeenschap en de daardoor intensievere sociale impact, een aanzienlijke weerslag gehad op zijn persoonlijke leven. Mede door de ontzetting uit het ambt, die door het Hof in stand wordt gelaten, kan verdachte de komende jaren niet meer als politicus, maar ook niet meer als politieambtenaar aan de slag.
Het Hof houdt ook rekening met het feit dat in deze zaak een ontnemingsvordering jegens de verdachte wordt toegewezen.
Het Hof acht alles afwegende, de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, alsmede een taakstraf van 90 uren, passend en geboden en in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Als bijkomende straffen legt het Hof op: ontzetting van het recht om het ambt van opsporingsambtenaar te bekleden en ontzetting van het recht om verkozen te worden als lid van de algemeen vertegenwoordigde organen voor de duur van zes jaar.”

BESLISSING

Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht ten aanzien de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
één (1) jaar;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een
proeftijdvan
drie (3) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een werkstrafvoor de duur van
negentig (90) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
vijfenveertig (45) dagen hechtenis;
beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf (1 dag staat voor 2 uur taakstraf) in mindering wordt gebracht;
ontzet verdachte van het recht om het ambt van opsporingsambtenaar te bekleden voor de duur van
6 (zes) jaren;
ontzet verdachte van het recht om verkozen te worden als lid van de algemeen
vertegenwoordigde organen voor de duur van
6 (zes) jaren;
bevestigt het vonnis van het Gerecht voor het overige (met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen).
Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. E.G.C. Groenendaal en mr. L.J. Saarloos, leden van het Hof, bijgestaan door mr. N.R.H. Marsera zittingsgriffier, en op 26 november 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.P. Versluis, ter openbare terechtzitting van het Hof met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten.
mr. L.J. Saarloos is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.
uitspraakgriffier: