ECLI:NL:OGHACMB:2025:322
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J. De Boer
- W.P.M. ter Berg
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over de verjaring van een studieschuld en de rechtsgeldigheid van een volmacht
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellante] tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin werd geoordeeld dat haar studieschuld niet was verjaard. De studieschuld was ontstaan uit een overeenkomst van geldlening die op 22 september 2004 was gesloten tussen [appellante] en de stichting Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) ter bekostiging van haar studie. Het Gerecht had [appellante] veroordeeld tot betaling van een bedrag van NAf 34.412,52, vermeerderd met rente en incassokosten. In hoger beroep heeft [appellante] betwist dat zij de brieven van SSC heeft ontvangen, waarin zij werd aangemaand tot betaling. Het Hof heeft echter geoordeeld dat de brieven met stuitende werking zijn verzonden en dat de verjaring van de vordering niet is ingetreden. Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak is gedaan op 18 november 2025.