Klager diende een klacht in tegen de deurwaarder wegens vermeende onrechtmatige beslaglegging op zonnepanelen en bijbehorende zonnesysteemonderdelen, waaronder het vernielen van containersloten en inbeslagname van zaken die niet tot het beslag zouden behoren.
De deurwaarder handelde op basis van een conservatoir beslagverlof en werd bijgestaan door verzoekers en een politieambtenaar. Hij sloeg de sloten van een container door en nam de zaken in beslag, waarna hij de container opnieuw afsluitte. Klager stelde dat de beslaglegging deels onrechtmatig was en dat de deurwaarder onvoldoende had gereageerd op klachten.
Het Hof oordeelde dat de deurwaarder binnen zijn wettelijke bevoegdheden had gehandeld, mede gezien de vage omschrijving in het beslagverlof en de noodzaak tot voortvarendheid. Zaken die toebehoorden aan klager waren inmiddels teruggegeven. Ook de wijze van teruggave zonder overleg werd niet als onzorgvuldig aangemerkt.
De klacht werd daarom ongegrond verklaard omdat geen sprake was van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de deurwaarder.