ECLI:NL:OGHACMB:2025:246
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonvordering wegens niet schriftelijk overeengekomen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
In deze zaak staat centraal of de arbeidsovereenkomst tussen [werkgever] en [werknemer] voor bepaalde of onbepaalde tijd is aangegaan. [Werknemer] verrichtte schilderwerkzaamheden bij het Marriott-hotel in Aruba van augustus tot november 2023 zonder een schriftelijk ondertekend contract. [Werkgever] stelde dat het om een contract voor bepaalde tijd ging dat eindigde na het project.
Het Hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan zoals vereist volgens art. 7:614a lid 1 BW. Hierdoor zijn de regels voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van toepassing. Omdat op 8 november 2023 niet aan deze regels is voldaan, is het ontslag niet rechtsgeldig.
Het beroep van [werkgever] op het ontbreken van een schriftelijk contract en het tijdelijke karakter van het werk faalt. Ook de stelling van misbruik van recht door [werknemer] wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het Hof bevestigt daarom de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg en veroordeelt [werkgever] tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging en rente.
Daarnaast wordt vastgesteld dat [werknemer] kosteloos in hoger beroep kan procederen. De proceskosten van het hoger beroep worden aan [werkgever] opgelegd. Het Hof wijst het meer of anders verzochte af en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de loonvordering van de werknemer wegens het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en veroordeelt de werkgever tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging en rente.