Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en de beslissing van het Gerecht
4.De beoordeling in hoger beroep
- voor de eerste aanleg: Cg 50 aan griffierecht,
- voor het hoger beroep: Cg 900 aan griffierecht,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De werkneemster trad sinds 2004 in dienst bij de stichting als administratief medewerker. In mei 2024 vond een incident plaats waarbij de leidinggevende grove en beledigende uitlatingen deed richting de werkneemster, waaronder de uitdrukking 'stop die nietmachine maar in je reet'. De werkneemster diende een klacht in, maar de stichting nam deze niet serieus en ondernam geen actie.
Naar aanleiding van het incident meldde de werkneemster zich ziek en bleef zij gedurende ruim twee maanden arbeidsongeschikt. Gedurende deze periode zocht de stichting geen contact met haar, wat het hof kwalificeerde als slecht werkgeverschap. De werkneemster zegde vervolgens haar arbeidsovereenkomst op met inachtneming van de opzegtermijn.
De werkneemster vorderde cessantia-uitkering en schadevergoeding, maar het Gerecht wees dit af. In hoger beroep oordeelde het Hof dat de arbeidsovereenkomst anders dan door schuld van de werkneemster was geëindigd vanwege het grove gedrag van de leidinggevende en het nalaten van de stichting om de klacht te behandelen en contact te onderhouden tijdens ziekte.
Het Hof vernietigde de eerdere beschikking en veroordeelde de stichting tot betaling van de cessantia-uitkering, buitengerechtelijke kosten en het aanvragen van een ruling bij de Belastingdienst. De overige vorderingen werden afgewezen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof veroordeelt de stichting tot betaling van cessantia-uitkering en kosten wegens slecht werkgeverschap en vernietigt de eerdere afwijzing.