ECLI:NL:OGHACMB:2025:225
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- E.M. van der Bunt
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na hoger beroep met aanpassing draagkracht
Partijen, ouders van een minderjarig kind met hoofdverblijfplaats bij de moeder, waren het oneens over de hoogte van de kinderalimentatie. De moeder had in eerste aanleg een bijdrage van NAf 750 per maand toegewezen gekregen, maar de vader kwam in hoger beroep met het verzoek dit bedrag te verlagen tot Cg 325 wegens financiële draagkracht.
De moeder stelde dat de kosten van verzorging en opvoeding van het kind inmiddels waren gestegen tot Cg 1.596 per maand. Het Hof heeft de behoefte van het kind vastgesteld aan de hand van de Richtlijnen Kinderalimentatie van Curaçao, inclusief schoolkosten, kleding, recreatie en naschoolse opvang.
De draagkracht van beide ouders is berekend op basis van hun netto-inkomen minus bestaansminimum en woonlasten. De vader had een netto-inkomen van Cg 4.788, verminderd met woonlasten en studieschuldaflossing, wat resulteerde in een draagkracht van Cg 2.085. De moeder had een draagkracht van Cg 1.057.
Het Hof heeft de behoefte van het kind naar evenredigheid verdeeld over de gezamenlijke draagkracht, waardoor de vader werd veroordeeld tot betaling van Cg 1.059 per maand, ingaande 1 december 2024. De eerdere beschikking werd vernietigd en de bijdrage tot 1 september 2025 vastgesteld op reeds betaalde bedragen.
Uitkomst: De vader is veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van Cg 1.059 per maand vanaf 1 december 2024.