Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2025:117

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
CUR2024H00198
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening Ziekteverzekeringen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging stopzetting ziekengeld na twee jaar en afwijzing toekenning ongevallengeld

Appellante, werkzaam als begeleider, raakte arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval op 23 augustus 2021 en ontving ongevallengeld over die periode. Na een verkeersongeluk op 31 december 2021 meldde zij zich ziek en kreeg zij ziekengeld toegekend door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

De SVB besloot het ziekengeld per 16 maart 2024 stop te zetten, omdat de wettelijke termijn van twee jaar verstreken was. Appellante stelde dat haar rugpijn voortkomt uit het bedrijfsongeval en dat zij ongevallengeld zou moeten ontvangen in plaats van ziekengeld. Tevens betwistte zij dat de toekenning van ziekengeld in rechte vaststaat.

Het Hof oordeelde dat de beslissing van de SVB om ziekengeld toe te kennen en geen ongevallengeld, in rechte vaststaat en dat appellante zich had moeten informeren over haar rechtspositie. De medische verklaring van de verzekeringsarts bevestigde dat de klachten niet aan het bedrijfsongeval zijn te relateren. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de stopzetting van het ziekengeld bevestigd.

Uitspraak

CUR2024H00198
Datum uitspraak: 28 mei 2025
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
C.F. Isenia-van Thijs, wonend in Curaçao,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 3 juli 2024 in zaak nr. CUR202400205, in het geding tussen:
appellante
en
de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB)

Procesverloop

Bij beschikking van 16 januari 2024 heeft de SVB bepaald dat appellante per 16 maart 2024 geen recht meer heeft op ziekengeld voor de ziekteoorzaak met nummer 947.474.
Bij uitspraak van 3 juli 2024 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2025. Appellante was aanwezig. De SVB werd vertegenwoordigd door mr. N. Dare, vergezeld door de verzekeringsarts E.A. Helstone, beiden werkzaam bij de SVB.

Overwegingen

Appellante werkt als begeleider bij de Stichting voor Gehandicapten- en Revalidatiezorg. Zij heeft op 23 augustus 2021 een bedrijfsongeval gehad, waarbij zij uitgleed op de parkeerplaats. Daardoor had zij lage rugpijn en is zij arbeidsongeschikt verklaard. Op 6 september 2021 is zij weer arbeidsgeschikt verklaard en terug aan het werk gegaan. Over de periode van 23 augustus 2021 tot 6 september 2021 heeft de SVB ongevallengeld uitgekeerd. Op 31 december 2021 was appellante betrokken bij een verkeersongeluk. Daarna heeft zij zich ziekgemeld bij de SVB. De SVB heeft vanaf 1 januari 2022 ziekengeld aan appellante toegekend, voor de ziekteoorzaak vermeld op de ziektemeldingskaartnummer 947.474, namelijk rugklachten als gevolg van het verkeersongeluk. Bij de beschikking van 16 januari 2024 heeft de SVB bepaald dat het ziekengeld wordt stopgezet per 16 maart 2024.
Appellante wil met deze procedure bereiken dat aan haar alsnog ongevallengeld wordt toegekend na het bedrijfsongeval op 23 augustus 2021. Zij stelt dat haar (huidige) rugpijn door het bedrijfsongeval is ontstaan en door het latere verkeersongeluk alleen maar erger is geworden. Volgens appellante viel zij nooit onder de bepalingen van de Landsverordening Ziekteverzekeringen. Appellante betwist het oordeel van het Gerecht dat de beslissing van de SVB om haar ziekengeld toe te kennen, in rechte vaststaat. In elk geval had de SVB haar meer uitleg moeten geven over haar rechtspositie, zodat haar niet kan worden verweten dat zij geen bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen de beschikking waarbij aan haar ziekengeld werd toegekend.
Het Hof volgt appellante niet in dit betoog. Het Gerecht heeft terecht overwogen dat de beslissing van de SVB om haar geen ongevallengeld (meer) toe te kennen maar ziekengeld, in rechte vaststaat. Hoewel het Hof begrijpt dat appellante er nu pas achter is gekomen dat de beslissing om ziekengeld toe te kennen en geen ongevallengeld later negatieve gevolgen kon hebben, neemt dat niet weg dat het op haar weg had gelegen om zich daarover te laten informeren, door bijvoorbeeld vragen te stellen aan de SVB of aan een rechtsbijstandverlener. Daar komt bij dat op de beschikking waarbij zij na het bedrijfsongeval per 6 september 2021 weer arbeidsgeschikt is verklaard, is vermeld dat daartegen bezwaar kon worden gemaakt of beroep kon worden ingesteld. In deze procedure ligt alleen de vraag voor of de SVB de toekenning van ziekengeld terecht per 16 maart 2024 heeft stopgezet omdat de wettelijke termijn van twee jaar was verstreken. Daartegen voert appellante geen gronden aan. Het Hof merkt tot slot op dat de verzekeringsarts van de SVB ter zitting op voor het Hof overtuigende wijze uiteen heeft gezet dat de medische klachten van appellante niet aan het bedrijfsongeval kunnen worden gerelateerd.
Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht moet worden bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025.