Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
1 juli 2025voor het nemen van een akte door [appellant] over alle hiervoor vermelde (vraag)punten in verband met de voorgenomen benoeming van een deskundige;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat de vraag centraal of de nabehandeling die een chirurg in 2011 voorschreef na een operatie aan de rechterhand van de geïntimeerde, voldoet aan de eisen die aan een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts mogen worden gesteld. De geïntimeerde stelt dat de nabehandeling onjuist was en leidt tot functieverlies en pijn, terwijl de appellant dit betwist en stelt dat de juiste diagnose en behandeling zijn toegepast.
Het Gerecht in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de nabehandeling niet voldeed aan de vereisten en aansprakelijkheid van de arts aannemelijk is. Het hoger beroep richt zich uitsluitend op de nabehandeling. Het Hof constateert dat het feitelijke verloop van de nabehandeling onvoldoende vaststaat en dat het deskundigenbericht onvoldoende inzicht geeft.
Daarom wordt een nieuw deskundigenbericht bevolen, waarin een nauwkeurig chronologisch overzicht van de nabehandeling wordt opgesteld, inclusief adviezen van de arts en fysiotherapeut en de feitelijke gedragslijn van de patiënt. Tevens moeten vragen beantwoord worden over de diagnose, het gebruik van de spalk, het eventuele ontstaan van CRPS en de oorzakelijke relatie tussen de behandeling en de klachten.
Partijen krijgen de gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van een deskundige en de te stellen vragen. Het vonnis bepaalt dat de appellant het voorschot voor het deskundigenbericht dient te betalen, met de uiteindelijke kostenverdeling afhankelijk van de uitkomst van de procedure. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Uitkomst: Het Hof beveelt een nieuw deskundigenbericht en houdt verdere beslissing aan.