Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2024:24

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
28 februari 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
CUR2023H00317
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50 LarArt. 77 LarArt. 79 LarArt. 80 LarArt. 98 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot terugbetaling griffierecht na intrekking hoger beroep weduwenpensioen

Verzoekster stelde op 15 juni 2022 een verzoek om weduwenpensioen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), dat werd afgewezen omdat haar huwelijk niet in Curaçao was ingeschreven. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van verzoekster gegrond en beval de SVB opnieuw te beschikken. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in, maar trok dit op 14 december 2023 in en verzocht het Hof de SVB te veroordelen tot terugbetaling van het betaalde griffierecht.

Het Hof overwoog dat op grond van artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) alleen terugbetaling van griffierechten kan worden toegewezen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. De voorzitter oordeelde dat geen sprake was van een dergelijke tegemoetkoming, omdat het Gerecht de SVB slechts had opgedragen opnieuw te beschikken en het hoger beroep niets aan deze situatie had veranderd.

Verder stelde het Hof dat verzoekster niet hoefde te wachten op een nieuwe beschikking van de SVB om hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van het Gerecht. Indien zij het niet eens was met de nieuwe beschikking, kon zij daartegen apart beroep instellen. Het verzoek om terugbetaling van het griffierecht werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot terugbetaling van het griffierecht door de SVB wordt afgewezen wegens het ontbreken van tegemoetkoming.

Uitspraak

CUR2023H00317
Datum uitspraak: 28 februari 2024
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba na vereenvoudigde behandeling op het verzoek van:
[verzoekster], wonend in Curaçao,
verzoekster,
om proceskostenveroordeling na intrekking van een door haar ingesteld hoger beroep (artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak; hierna: Lar)

Procesverloop

Op 15 november 2023 heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 12 oktober 2023 in zaak nr. CUR202301606.
Op 14 december 2023 heeft [verzoekster] het ingestelde hoger beroep ingetrokken en het Hof verzocht de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) te veroordelen tot vergoeding van de door haar voor het hoger beroep betaalde griffierecht van NA
f100,-.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

Op grond van artikel 77, eerste lid, van de Lar, voor zover hier van belang, is op de behandeling van het hoger beroep en de uitspraak van het Hof hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing.
Op grond van artikel 50, tiende lid, kan in geval van intrekking van het beroep (lees: hoger beroep) omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de betreffende partij tegemoet is gekomen, het betrokken overheidslichaam op verzoek van die partij bij afzonderlijke uitspraak in de kosten worden veroordeeld die hij in verband met de behandeling van het beroep (lees: hoger beroep) heeft moeten maken.
Op grond van artikel 50, elfde lid, in samenhang gelezen met artikel 79, eerste lid, kan het Gerecht (lees: de voorzitter van het Hof) onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het beroep (lees: het verzoek om proceskostenveroordeling) hem niet nodig voorkomt.
Op 15 juni 2022 heeft [verzoekster] de SVB verzocht aan haar een weduwenpensioen uit te keren. Dit verzoek heeft de SVB afgewezen omdat [verzoekster] niet als weduwe kan worden aangemerkt omdat haar huwelijk niet in Curaçao was ingeschreven. Het Gerecht heeft het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard omdat de SVB niet voldoende onderbouwd heeft waarom het door [verzoekster] ingebrachte "Marriage Record" niet voldoende was. Het Gerecht heeft de SVB opgedragen opnieuw te beschikken met inachtneming van de uitspraak. [verzoekster] heeft het daartegen ingestelde hoger beroep ingetrokken omdat de SVB beslist zou hebben om het weduwenpensioen toch uit te keren.
Er kan aanleiding bestaan de SVB met toepassing van artikel 50, tiende lid, van de Lar te gelasten tot terugbetaling van het griffierecht als zij geheel of gedeeltelijk aan [verzoekster] tegemoetgekomen is. Naar het oordeel van de voorzitter is daar in dit geval geen sprake van. Het Gerecht heeft de SVB opgedragen opnieuw op het verzoek van [verzoekster] om een weduwenpensioen te beschikken. Het door [verzoekster] daartegen ingestelde pro forma hoger beroep heeft daar niets aan gewijzigd. Anders dan waar [verzoekster] van uitgaat, hoefde zij de nieuwe beschikking van de SVB niet af te wachten om te beoordelen of zij hoger beroep wilde instellen tegen de uitspraak van het Gerecht. Een hoger beroep richt zich immers tegen de uitspraak van het Gerecht. Als een belanghebbende zich wel in de uitspraak van het Gerecht kan vinden, maar niet in de ter uitvoering van die uitspraak nieuw gegeven beschikking, kan diegene beroep instellen tegen de nieuw gegeven beschikking. Dat de SVB, naar [verzoekster] stelt, geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak maakt het voorgaande niet anders omdat [verzoekster] in dat geval het Gerecht op grond van artikel 98 van Pro de Lar had kunnen verzoeken om toekenning van een vergoeding dan wel om te bepalen dat de SVB alsnog aan de uitspraak gevolg geeft.
Het verzoek om de SVB te gelasten het in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden, moet worden afgewezen.

Beslissing

De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2024.
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen verzet doen bij het Hof (artikel 80 van Pro de Lar).
- Verzet dient schriftelijk en binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- De indiener van het verzetschrift dient gemotiveerd aan te geven met welke overwegingen in de uitspraak hij zich niet kan verenigen. De artikelen 15, eerste tot en met derde lid, 20 en 22 van de Lar zijn van overeenkomstige toepassing.
- Het Hof stelt de indiener van het verzetschrift die daarom vraagt in de gelegenheid om in een openbare zitting te worden gehoord en de schrifturen, ambtsberichten en bewijsstukken in te zien, tenzij het aanstonds van oordeel is dat het verzet gegrond is. De artikel 41, 42 en 46 van de Lar zijn van overeenkomstige toepassing.