Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
Beslissingen van het Gerecht
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen de vrouw en de man na hun echtscheiding, die in 2015 is uitgesproken. De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao uit 2021, waarin de gemeenschap reeds was verdeeld en overbedelingsbetalingen waren vastgesteld.
In het hoger beroep heeft de vrouw zes grieven tegen het vonnis ingediend, terwijl de man incidenteel appel heeft ingesteld met twee grieven. Beide partijen hebben diverse processtukken en producties ingediend, waaronder pleitnota's en akten, waarin zij hun standpunten over de verdeling uiteen hebben gezet.
Het Hof heeft het geschil over de verdeling van de gemeenschap en de waardering van de bestanddelen nader onderzocht en instructies gegeven voor een ordentelijke voortzetting van de procedure. Het Hof heeft de zaak verwezen naar de rol voor gelijktijdige akten van partijen en houdt ieder verder oordeel aan, waarbij ook de mogelijkheid van een mondelinge behandeling openstaat.
Uitkomst: Het Hof verwijst de zaak naar de rol voor gelijktijdige akten en houdt ieder verder oordeel aan.