ECLI:NL:OGHACMB:2024:103
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- C.G. ter Veer
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging minimale kinderalimentatie bij beperkte draagkracht vader in het buitenland
Partijen zijn gehuwd in 2018 en hebben een minderjarige geboren in 2019. Na hun scheiding van tafel en bed in 2022 kreeg de vrouw het eenhoofdig gezag over het kind, met een omgangsregeling voor de man via video.
De vrouw vorderde in eerste aanleg een kinderalimentatie van US$ 1.000,- per maand, maar het Gerecht stelde vast dat de man geen inkomen heeft vanwege zijn illegale verblijfsstatus in de Verenigde Staten en legde een minimale bijdrage van US$ 25,- per maand op.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze beslissing. Het Hof beoordeelde de behoefte van het kind op US$ 1.460,- per maand, maar stelde vast dat de man ondanks zijn situatie enige minimale verdiencapaciteit heeft, bijvoorbeeld ter hoogte van het minimumloon in Sint Maarten. De vrouw heeft geen draagkracht. Daarom is een minimale bijdrage van US$ 25,- per maand redelijk. Het Hof wees het meer of anders verzochte af en bevestigde de beschikking van het Gerecht.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de minimale kinderalimentatie van US$ 25,- per maand vanwege de beperkte draagkracht van de man.