ECLI:NL:OGHACMB:2023:5
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Eigendomsvordering en gebruik van perceel met langdurig onverdeelde boedel afgewezen wegens procedurele tekortkomingen
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg waarin verstek werd geweigerd en de oproeping nietig werd verklaard. Het geschil betreft eigendom en gebruik van een perceel op Saba, dat appellant sinds lange tijd in gebruik heeft maar dat formeel niet aan hem is geleverd.
Appellant baseert zijn vordering primair op een koopovereenkomst met zijn overleden vader, die het perceel niet heeft geleverd, en subsidiair op verkrijgende verjaring. Het Hof oordeelt dat de oproeping van de belanghebbenden niet aan de wettelijke vereisten voldoet, waardoor het exploot nietig is. Daarnaast kan appellant zijn aanspraken niet rechtstreeks op de nalatenschap doen gelden zonder alle erfgenamen te betrekken.
Het Hof wijst ook de subsidiaire vordering op verkrijgende verjaring af omdat het perceel niet in bezit is genomen als eigenaar. Voor de subsidiaire vordering op grond van art. 3:200a BW is een juiste oproeping en een rechterlijke bezichtiging vereist. Het Hof beveelt appellant aan om met behulp van een notaris een volledig overzicht van alle erfgenamen te verstrekken en verwijst de zaak naar de rol voor nadere behandeling.
Uitkomst: De vorderingen van appellant worden afgewezen wegens niet-naleving oproepvoorschriften en onvoldoende bewijs van levering; de zaak wordt verwezen voor nadere informatie over erfgenamen.