Uitspraak
[…],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 21 maart 2023 uitspraak gedaan in een hoger beroep over een ontslag op staande voet van een werknemer bij een Curaçaose werkgever. De werknemer was op 15 december 2020 op staande voet ontslagen wegens vermeende dienstweigering en onrespectvol gedrag tegenover een klant. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het incident na werktijd had plaatsgevonden en dat zij onterecht was ontslagen.
Het hof heeft het bewijs, waaronder camerabeelden, logboeken en appwisselingen, zorgvuldig onderzocht. De tijdsaanduidingen op de camerabeelden sloten niet aan bij de overige bewijsstukken en getuigenverklaringen, terwijl de werknemer aannemelijk maakte dat haar shift al was geëindigd toen het incident plaatsvond. De werkgever kon niet voldoende aantonen dat de werkweigering tijdens werktijd had plaatsgevonden, terwijl de bewijslast daarvoor bij de werkgever lag.
Het hof oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven en verklaarde het ontslag nietig. De werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon en emolumenten tot de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 22 juli 2021, vermeerderd met rente. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. Het hof wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en werkgever is veroordeeld tot loondoorbetaling tot het einde van de arbeidsovereenkomst.