Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
[DE WERKNEMER],
Het verloop van de procedure
De beoordeling
rental agent short and mid term. Bij overeenkomst van 22 september 2019 zijn zij nader overeengekomen:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak is de werknemer in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg te Bonaire, waarin haar vorderingen grotendeels waren afgewezen. De werknemer was sinds juli 2019 in dienst bij Hopi Bon en werd in mei 2021 ontslagen met toestemming van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De opzegging werd bevestigd per e-mail, maar de wettelijke opzegtermijn werd niet in acht genomen.
De arbeidsovereenkomst was voor onbepaalde tijd met een overeengekomen opzegtermijn van twee maanden, maar de wettelijke opzegtermijn voor de werkgever bedroeg minimaal vier maanden vanwege de duur van het dienstverband en de toepasselijke wetgeving. Het Hof oordeelde dat de opzegging voldoende duidelijk was, ondanks het ontbreken van het woord 'opzegging' in de e-mail, en dat de werknemer redelijkerwijs geen andere betekenis aan de mededeling kon geven.
Het Hof stelde vast dat Hopi Bon de uitkering gelijk aan het ziekengeld slechts tot 10 juni 2021 had doorbetaald, terwijl dit tot 25 juli 2021 had moeten gebeuren, waardoor de werknemer ongeveer anderhalve maand loon misliep. Het Hof veroordeelde Hopi Bon tot betaling van een voorschot van USD 2.000,- met wettelijke rente en tot het verstrekken van salarisspecificaties tot het einde van het dienstverband. De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Hopi Bon wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van USD 2.000,- met wettelijke rente en verstrekking van salarisspecificaties wegens niet-naleving van de wettelijke opzegtermijn.