AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging vonnis diefstallen en vuurwapenbezit met bewijsaanvulling
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 13 juli 2023 uitspraak gedaan in het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 21 december 2022. De verdachte was vrijgesproken van de feiten 1 en 2 en veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor de feiten 3 tot en met 6, waaronder meerdere diefstallen en het voorhanden hebben van een vuurwapen.
Het Hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen de vrijspraak van feiten 1 en 2, omdat hoger beroep daarop niet openstaat volgens artikel 434 SvPro. Vervolgens bevestigde het Hof het vonnis van de rechtbank met een verbetering en aanvulling van de bewijsmiddelen. De verklaring van de verdachte tijdens de terechtzitting in hoger beroep, waarin hij de WhatsApp-gesprekken en de aanwezigheid van afbeeldingen en video-opnames van gestolen goederen op zijn telefoon bevestigde, werd als aanvullend bewijs toegevoegd.
Ook werd het bewijsmiddel met betrekking tot feit 5 aangevuld met een verklaring van een benadeelde over een inbraak op 7 juli 2022, waarbij diverse goederen werden ontvreemd en inbraaksporen werden vastgesteld. De overige bewijsmiddelen werden gehandhaafd of verwijderd zoals vermeld. De vorderingen tot schadevergoeding door de benadeelden werden in het vonnis van eerste aanleg behandeld.
Het Hof oordeelde dat de verdediging geen nieuw oordeel rechtvaardigde en verwierp het beroep op zendmastgegevens als bewijs. Het vonnis werd derhalve bevestigd en de straf van drie jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor diefstallen en vuurwapenbezit, hoger beroep tegen vrijspraak feiten 1 en 2 niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Zaaknummer: H-203/22
Parketnummer: 555.00132/22
Uitspraak: 13 juli 2023 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 21 december 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen gegeven over de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
De verdachte is door het Gerecht vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 en 2 ten laste is gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 434 vanPro het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het Hof zal de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van de feiten 1 en 2.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,
mr. A.K. Tiggelaar, en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. M.A. Becher, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs moet worden vrijgesproken van de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde diefstallen en het onder 6 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof zal het vonnis waarvan beroep bevestigen met dien verstande dat het Hof:
- de door het Gerecht onder het kopje ‘ten aanzien van de feiten 3 t/m 6’ weergegeven bewijsmiddelen 1 en 2 verwijdert;
- het door het Gerecht onder het kopje ‘in aanvulling daarop ten aanzien van feit 5’ onder 1 weergegeven bewijsmiddel aanvult, zoals hieronder vermeld;
- de bewijsmiddelen aanvult met de verklaring die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, zoals hieronder vermeld.
Hetgeen de verdediging in hoger beroep ten verwere naar voren heeft gebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden. Daarbij overweegt het Hof in het bijzonder dat hetgeen is aangevoerd ten aanzien van de zendmastgegevens die zich in het dossier bevinden, geen nadere bespreking behoeft nu deze gegevens niet door het Hof voor het bewijs worden gebezigd.
Aanvulling bewijsmiddelen ten aanzien van feiten 3 tot en met 6:
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende:
U heeft mij diverse (WhatsApp)gesprekken voorgehouden, waaronder
gesprekken gevoerd op 28 juni 2022 door de gebruiker van het
telefoonnummer [telefoonnummer] met [persoon 1] en met [persoon 2] en een gesprek gevoerd op
4 juli 2022 door de gebruiker van dat telefoonnummer en een onbekend
gebleven man. Het klopt dat ik deze gesprekken met [persoon 1], [persoon 2] en een onbekend gebleven man heb gevoerd.
Het klopt ook dat in mijn telefoon afbeeldingen en video-opnames zijn gevonden van gestolen voorwerpen. De politie heeft die foto’s en opnames tijdens de verhoren aan mij getoond. [1]
Aanvulling bewijsmiddelen ten aanzien van feit 5:
Het door het Gerecht onder het kopje ‘in aanvulling daarop ten aanzien van feit 5’ onder 1 gebezigde bewijsmiddel op pagina 9 van het vonnis waarvan beroep zal worden aangevuld (aanvulling hieronder dikgedrukt weergegeven), zodat dit bewijsmiddel thans als volgt komt te luiden:
1. Een proces-verbaal van aangifte van 7 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (pagina 159 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 juli 2022 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van[benadeelde 3]:
Op 7 juli 2022 omstreeks 08.30 uur heb ik alle ramen en deuren gesloten en ben ik uit huis gegaan. Op 7 juli 2022 omstreeks 12:30 uur kwam ik thuis en zag dat er onbevoegden in mijn huis waren geweest. De achterdeur en het keukenraam stonden open. Onder het keukenraam lag een breekijzer.
Weggenomen goederen:
een telefoon merk [merk 1] model [model 1]
een telefoon merk [merk 2] model [model 2]
een horloge merk [merk 3]
een boormachine merk [merk 4]
boter di gas (gasfles)
bentana (raam)– vernield
alcohol, fles [merk 5].
BESLISSING
Het Hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
bevestigt het vonnis van het Gerecht met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Dit vonnis is gewezen door mrs. F.V.L.M. Wannyn, W.J. Geurts-de Veld, en
R.L.M. van Opstal, leden van het Hof, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, (zittings)griffier, en is uitgesproken op 13 juli 2023 ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.
Voetnoten
1.Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2023, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.