ECLI:NL:OGHACMB:2023:268
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J. de Boer
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vordering advocaat wegens bijzondere rechtsgang inzake betalingsafspraak nalatenschap
In deze zaak staat een betalingsafspraak tussen [appellante], een advocaat, en de erfgenamen van [erflater] centraal. Het Hof acht bewezen dat [appellante] recht heeft op 20% van de verkoopopbrengst en 20% van de huuropbrengst van de woning, zoals bevestigd door getuigenverklaringen en eerdere tussenvonnissen.
De erfgenamen hadden het beheer van de nalatenschap opgedragen aan een van hen, die namens hen de overeenkomst met [appellante] sloot. De vordering van [appellante] tot nakoming van deze overeenkomst ziet op een vergoeding voor haar werkzaamheden als advocaat.
Het Hof oordeelt dat de bevoegde rechter voor het begroten van deze vergoeding de Raad van Toezicht en de Raad van Appel is, als bijzondere rechter. Daarom verklaart het Hof [appellante] niet-ontvankelijk in haar civiele vordering. De procedure kan bij de Raad van Toezicht worden voortgezet. Het conservatoir beslag blijft gehandhaafd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de advocaat wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens exclusieve bevoegdheid van de Raad van Toezicht voor vergoeding.