Uitspraak
[geïntimeerde 1] en
[geïntimeerde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank dat haar vorderingen inzake het recht op huurpenningen en vruchtgebruik van een woning in Curaçao afwees. Zij stelde economisch eigenaar te zijn van de woning en recht te hebben op huurpenningen met terugwerkende kracht tot het overlijden van erflater, haar overleden echtgenoot. Daarnaast vorderde zij vestiging van vruchtgebruik op de woning en inboedel.
Het Hof oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd van een huurovereenkomst met het Land, eigenaar van de grond en woning, en onvoldoende had gesteld over de periode en wijze van haar investeringen in de bouw. De stellingen over economische eigendom konden daarom niet worden aangenomen. Hierdoor faalden haar vorderingen op huurpenningen en ongestoord genot van de woning.
Verder stelde het Hof vast dat appellante haar aanspraken op vruchtgebruik niet binnen de wettelijke termijn van negen maanden na overlijden had geclaimd, waardoor deze vorderingen verjaard waren. Ook kon niet worden aangenomen dat zij ten tijde van overlijden in de woning woonde. De vorderingen werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bevestigd. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat de vorderingen van appellante worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs en verjaring.