ECLI:NL:OGHACMB:2023:190
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Familieconflict over eigendomsrechten en bezit van grond met inschrijving in openbare registers
In deze civiele zaak bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba staat het geschil centraal over bezit en eigendomsrechten van verschillende percelen grond die in familieverband zijn verdeeld. De appellanten zijn bezitter van een groot perceel (meetbrief 1998/256), maar geïntimeerden stellen een sterker recht te hebben op delen daarvan, gebaseerd op eerdere meetbrieven en feitelijke aanleg.
Het Hof bevestigt het bezit van verschillende meetbrieven door de betrokken familieleden en stelt vast dat het bezit van appellanten van meetbrief 1998/256 niet uitsluit dat andere familieleden een sterker goederenrechtelijk recht hebben op delen van die grond. Het Hof verklaart voor recht dat geïntimeerde 1 een sterker recht heeft op meetbrief 184/2005, waarop een fundering is aangelegd, en dat geïntimeerden 1 en 2 een sterker recht hebben op meetbrief 71/2006.
Het Hof beveelt appellanten om deze percelen in eigendom te leveren aan de geïntimeerden en verklaart dat dit vonnis in de plaats treedt van een notariële leveringsakte. De overige grond blijft in bezit van appellanten. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat geïntimeerden een sterker recht hebben op delen van de grond en beveelt appellanten tot levering van deze percelen.