ECLI:NL:OGHACMB:2023:18

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
CUR2021H00306
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 264 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep wegens overschrijding appeltermijn in nalatenschapsverdeling

De zaak betreft een hoger beroep van een nalatenschapsverdeling tussen broer en zus. De appelakte werd op 8 oktober 2021 ingediend, terwijl de zes weken termijn na het vonnis van 23 augustus 2021 op 4 september 2021 was verstreken. De broer overleed op 28 oktober 2021, waarna de zus verzocht het hoger beroep te schorsen.

De wederpartij betoogde niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de appeltermijn. De gemachtigde van de zus reageerde niet tijdig op dit verweer. Uiteindelijk verzocht de zus het hoger beroep in te trekken, wat door het hof werd gehonoreerd.

Het hof oordeelde dat geen uitzonderingen op de termijnoverschrijding waren gesteld die niet-ontvankelijkheid konden voorkomen. Het hoger beroep wordt daarom als ingetrokken beschouwd, waarmee het bestreden vonnis in stand blijft. De proceskosten zouden bij niet-ontvankelijkheid gecompenseerd zijn vanwege de familierelatie.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de appeltermijn en als ingetrokken beschouwd.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2023
Registratienummers: CUR201791275 – CUR2021H00306
Uitspraak: 14 februari 2023
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[ZUS],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez,
tegen
[BROER],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols.
Partijen worden hierna [zus] en [broer] genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij op 8 oktober 2021 ingekomen akte van appel is [zus] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 23 augustus 2021 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).
1.2
Op 28 oktober 2021 is [broer] overleden.
1.3
Op 19 november 2021 heeft [zus] een memorie van grieven ingediend. Daarbij heeft zij aangevoerd dat het geding dient te worden geschorst wegens het overlijden van [broer], en vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis en de daaraan voorafgegane tussenvonnissen zal vernietigen en de nalatenschap van haar moeder alsnog op de door haar voorgestane wijze zal verdelen, met compensatie van de proceskosten.
1.4
Bij gedingstuk van 10 januari 2022 dat op naam staat van [broer], heeft mr. Pols eveneens aangevoerd dat het geding dient te worden geschorst wegens het overlijden van [broer]. Verder heeft hij aangevoerd dat [zus] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens overschrijding van de appeltermijn. Ook heeft mr. Pols op naam van [broer] de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof [zus] direct niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, althans dit na schorsing en hervatting zal doen, althans het bestreden vonnis zal bevestigen met inachtneming van aanpassingen, met veroordeling van [zus] in de proceskosten in beide instanties.
1.5
Bij e-mail van 22 december 2022 heeft het Hof mr. Henriquez in de gelegenheid gesteld binnen drie weken te reageren op het verweer dat de akte van appel met overschrijding van de appeltermijn is ingediend en dat [zus] daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Mr. Henriquez heeft niet tijdig gebruik gemaakt van die gelegenheid.
1.6
Bij e-mailbericht van 12 februari 2022 heeft mr. Henriquez verzocht om bevestiging van intrekking van het hoger beroep. Bij e-mailbericht van 14 februari 2022 heeft mr. Pols verzocht om een formele bevestiging dat er geen wettig rechtsmiddel meer openstaat tegen het bestreden vonnis.
1.7
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1
De akte van appel bevat de aantekening dat deze op 8 oktober 2021 is ingediend. Het bestreden vonnis is op 23 augustus 2021 op de rol uitgesproken. [zus] procedeerde toen met gemachtigden mrs. M.F. Bonapart en L.S. Davelaar. Aangenomen moet worden dat [zus] of een gemachtigde namens haar bij de uitspraak tegenwoordig is geweest in de zin van art. 264 lid 2 Rv Pro. De appeltermijn van zes weken dient dus gerekend te worden van de dag van de uitspraak. Deze liep af op 4 september 2021. De akte van appel is op 8 oktober 2021 ingediend. De appeltermijn is dus overschreden. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die een uitzondering rechtvaardigen op de regel dat overschrijding van de appeltermijn tot niet-ontvankelijkverklaring dient te leiden. Het hoger beroep zou dus, indien doorgezet, niet-ontvankelijk zijn verklaard. In dat geval zouden de proceskosten zijn gecompenseerd, gelet op de familierelatie tussen partijen (broer en zus).
2.2
Het Hof zal bij vonnis verstaan dat het hoger beroep is ingetrokken. Dit komt tegemoet aan de wensen van beide gemachtigden.
B E S L I S S I N G
Het Hof verstaat dat het hoger beroep is ingetrokken.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 14 februari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.