In deze zaak betreft het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap waarbij de verzoekster stelt bezit van staat als kind van haar verwekker te hebben. Het Hof verwijst naar een eerdere tussenbeschikking waarin verzoekster werd uitgenodigd om meer gedocumenteerde gegevens aan te leveren.
Op 22 februari 2022 heeft verzoekster een akte van uitlating met producties ingediend. Het Hof heeft vervolgens het Openbaar Ministerie van Curaçao en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de gelegenheid gegeven om hierop te reageren.
Het Hof corrigeert tevens een terminologische onjuistheid in de eerdere beschikking, waarbij 'verwekker' moet worden gelezen als 'erkenner'. De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting op 24 mei 2022 voor verdere behandeling. Iedere verdere beslissing is aangehouden.