ECLI:NL:OGHACMB:2022:254
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Doorbetaling salaris bij langdurige arbeidsongeschiktheid en voortbestaan arbeidsovereenkomst
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft geoordeeld over een geschil tussen een werknemer en haar werkgever over de doorbetaling van salaris tijdens langdurige arbeidsongeschiktheid. De arbeidsovereenkomst is niet beëindigd met wederzijds goedvinden, waardoor deze formeel voortduurt.
De werknemer vorderde doorbetaling van loon vanaf juli 2019 en alle emolumenten totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou eindigen. Het Hof stelde vast dat de werkgever het salaris tot en met juni 2019 had doorbetaald, inclusief een vergoeding gelijk aan zes maanden salaris, vier weken cessantia en vakantiedagen, wat neerkomt op doorbetaling tot maart 2020.
Op basis van medische gegevens werd vastgesteld dat de werknemer vanaf maart 2017 tot zeker maart 2019 arbeidsongeschikt was, met verschillende percentages van arbeidsongeschiktheid. Partijen waren overeengekomen dat de maximale doorbetalingstermijn bij arbeidsongeschiktheid twee jaar bedraagt. Het Hof concludeerde dat na maart 2019 de werkgever niet meer verplicht was tot loonbetaling.
Het verzoek tot verdere doorbetaling van salaris werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld.
Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek tot doorbetaling van salaris na maart 2019 af en verklaart dat de arbeidsovereenkomst niet met wederzijds goedvinden is beëindigd.