Uitspraak
CURCON HOLDING B.V.,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De appellant trad in 2008 in dienst bij Curcon als timmerman. Tijdens werkzaamheden raakte hij in 2009 arbeidsongeschikt door een houtsplinter in zijn oog. Curcon meldde het ongeval aan de SVB, maar niet aan de verzekeraar Fatum. De polis voorzag in uitkering bij blijvende invaliditeit binnen twee jaar na het ongeval. In 2017 werd een blijvende arbeidsongeschiktheid van 50% vastgesteld.
De appellant vorderde uitkering onder de polis, maar Fatum wees dekking af wegens verjaring. De rechtbank wees de vordering af. In hoger beroep stelde het Hof vast dat de polis vereist dat de invaliditeit binnen twee jaar na het ongeval moet zijn vastgesteld, wat hier het geval was. Wel oordeelde het Hof dat Curcon tekort was geschoten door het ongeval niet tijdig aan Fatum te melden en niet adequaat te informeren.
Het Hof veroordeelde de curator tot betaling van 50% van het maximale verzekerde bedrag (NAf 15.000) als schadevergoeding wegens schending van goed werkgeverschap. Tevens werden de proceskosten aan de curator opgelegd. Het vonnis van eerste aanleg werd vernietigd.
Uitkomst: Het Hof veroordeelt de curator tot betaling van NAf 15.000 wegens niet tijdige melding van het bedrijfsongeval aan de verzekeraar.