ECLI:NL:OGHACMB:2022:234
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- G.C.C. Lewin
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot reservering erfpachtperceel op grond van vertrouwensbeginsel afgewezen in hoger beroep
Geïntimeerde heeft sinds 1999 herhaaldelijk een aanvraag gedaan voor uitgifte van een perceel in erfpacht bij het Land Aruba om daarop een woning te bouwen. Na een nieuwe aanvraag in 2018 volgde een procedure volgens het FIFO-systeem, waarbij zij een pre-reserveringsbrief ontving en aan alle voorwaarden voldeed. Het Land bood haar in 2019 en 2020 percelen aan, waarvan zij het eerste weigerde en het tweede accepteerde, waarna zij de factuur betaalde en aan alle reserveringsvoorwaarden voldeed.
Na een periode van stilte van het Land ontving geïntimeerde in 2021 bericht dat haar aanvraag teruggezet werd op de wachtlijst omdat zij niet aan het beleid voldeed. Geïntimeerde startte een kort geding waarin zij primair vorderde dat het Land binnen twee weken een erfpachtovereenkomst zou ondertekenen en het perceel voor haar zou reserveren.
De rechtbank wees de primaire vordering toe en beval het Land het perceel te reserveren en een erfpachtovereenkomst aan te bieden. Het Hof vernietigt dit vonnis en oordeelt dat het Land het perceel wel moet reserveren tot de bodemprocedure is afgerond, maar dat het niet verplicht is om de erfpachtovereenkomst nu al aan te bieden. Het Hof motiveert dit door het belang van geïntimeerde bij reservering te wegen tegen het belang van het Land bij het handhaven van het FIFO-beleid en het afwachten van de bodemprocedure.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en uitgesproken op 23 augustus 2022.
Uitkomst: Het Hof beveelt het Land Aruba het perceel te reserveren tot de bodemprocedure is afgerond, maar wijst de onmiddellijke uitgifte van de erfpachtovereenkomst af.