Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
Naam en zetel
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld door de Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçao tegen de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg, waarin werd geoordeeld dat het ontbreken van een adres in Curaçao bij inschrijving van een coöperatie in het Handelsregister niet onjuist of onvolledig was. De Kamer stelde dat een adres in Curaçao verplicht is voor inschrijving.
De coöperatie Impetus Primaris, opgericht naar Curaçaos recht, had bij inschrijving als adres een locatie in Amsterdam opgegeven. De Kamer had aanvankelijk geweigerd tot inschrijving over te gaan vanwege het ontbreken van een Curaçaos adres, maar had later toch ingeschreven in afwachting van rechterlijk oordeel.
Het Hof analyseerde de Handelsregisterverordening en concludeerde dat zowel ondernemingen als rechtspersonen, waaronder coöperaties, die in het Handelsregister van Curaçao worden ingeschreven, een adres in Curaçao moeten opgeven. Dit bevordert de rechtszekerheid, maakt het mogelijk om bestuurders te bereiken en ondersteunt het economische verkeer binnen Curaçao.
Het Hof wees ook op de samenhang met andere regelgeving, zoals de Vestigingsregeling voor Bedrijven en belastingwetgeving, die eveneens uitgaan van een Curaçaos adres voor gevestigde entiteiten. Het Hof stelde dat de Nederlandse regeling niet zonder meer op Curaçao van toepassing is.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het Hof gelastte CIP om binnen twee weken een Curaçaos adres op te geven, onder dreiging van doorhaling van de inschrijving.
Uitkomst: Het Hof gelast CIP binnen twee weken een adres in Curaçao op te geven voor inschrijving in het Handelsregister, bij gebreke waarvan de inschrijving wordt doorgehaald.