Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 2],
[GEÏNTIMEERDE 3],
[GEÏNTIMEERDE 4],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak gaat het om de ontbinding van een koopovereenkomst van een woning in Curaçao. De verkopers verschenen niet bij de overdracht, ondanks afspraken en een ziekenhuisopname van één van hen. De kopers stelden de verkopers in gebreke en ontbonden de overeenkomst met toepassing van het boetebeding.
De verkoper stelde in hoger beroep dat sprake was van overmacht en dat de ontbinding niet rechtsgeldig was omdat de kopers mondeling hadden ontbonden. Ook voerde hij aan dat er een nadere overeenkomst tot stand was gekomen waarbij partijen afstand deden van hun rechten. Het Hof verwierp deze verweren omdat de ontbinding schriftelijk moest zijn, overmacht niet vereist is voor ontbinding en er geen bindende nadere overeenkomst was.
Het beroep op de redelijkheid en billijkheid faalde eveneens, mede vanwege onvoldoende concrete feiten over omstandigheden zoals de medische toestand van de verkoper en de echtscheiding. Het Hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde de verkoper niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tot verklaringen voor recht en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de koopovereenkomst en wijst het hoger beroep af.