Uitspraak
ADVOKATENKANTOOR [Naam] N.V.,
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
2. Duur
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond de duur en beëindiging van een arbeidsovereenkomst centraal. [Geïntimeerde] trad per 1 juli 2019 in dienst bij BBA voor een jaar, maar BBA stelde dat tijdens de proeftijd de overeenkomst was gewijzigd naar een duur van zes maanden. Dit werd bevestigd in een whatsappbericht van 31 augustus 2019, dat door het Hof als bindend werd beschouwd omdat [Geïntimeerde] niet schriftelijk bezwaar maakte en stilzwijgend instemde.
De arbeidsovereenkomst eindigde daarom volgens het Hof op 31 december 2019. [Geïntimeerde] stelde dat de overeenkomst onregelmatig en kennelijk onredelijk was beëindigd en vorderde schadevergoeding en betaling van achterstallig salaris. Het Hof verwierp deze vorderingen omdat de beëindiging niet onregelmatig was, maar erkende dat BBA het salaris over november en december 2019 niet tijdig had betaald.
Daarom veroordeelde het Hof BBA tot betaling van een wettelijke verhoging van 10% over deze salarissen en de wettelijke rente vanaf de vervaldagen tot aan de betaling. De proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking van het Gerecht werd vernietigd en het verzoek van [Geïntimeerde] verder afgewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is stilzwijgend gewijzigd en eindigde per 31 december 2019; BBA moet wettelijke verhoging en rente over november en december 2019 betalen, overige vorderingen worden afgewezen.