ECLI:NL:OGHACMB:2021:52
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en beoordeling schulden en gebruiksvergoeding
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 9 februari 2021 uitspraak gedaan in een hoger beroep over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen [Appellant Jr.] en [Geïntimeerde]. Het Hof bevestigde het voorlopige oordeel dat het huis buiten de verdeling blijft en dat de vergoeding wegens overbedeling wordt verminderd.
Verder oordeelde het Hof dat de lening die [Appellant Jr.] van zijn vader had ontvangen voor aankoop en bouw van het huis tot de gemeenschap behoort, ondanks dat deze lening niet aan [Geïntimeerde] was medegedeeld. De lening wordt betrokken in de verdeling voor een bedrag van NAf 648.000,-, waarbij rekening is gehouden met het ontbreken van samengestelde rente en het feit dat het huis gezamenlijke eigendom werd.
Ook werd vastgesteld dat een lening bij MCB tijdens het huwelijk is aangegaan en dat het saldo daarvan bij ontbinding van de gemeenschap NAf 37.020,64 bedroeg. Het Hof bepaalde dat de huwelijksgoederengemeenschap wordt verdeeld waarbij aan de man onder meer het banktegoed, de verkoopopbrengst van het huis en de schulden worden toegedeeld. De overbedeling van [Geïntimeerde] wordt vastgesteld op NAf 87.767,22, verminderd met een gebruiksvergoeding van NAf 34.399,92.
De proceskosten worden gecompenseerd tussen de partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het bestreden vonnis en bepaalt een nieuwe verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap met toerekening van schulden en gebruiksvergoeding.