ECLI:NL:OGHACMB:2021:439
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling pensioenrechten na echtscheiding bij beperkte gemeenschap van goederen
De zaak betreft de verdeling van pensioenrechten die de man tijdens het huwelijk heeft opgebouwd, na hun echtscheiding. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap, maar spraken in het echtscheidingsconvenant af de pensioenrechten als een beperkte gemeenschap te delen.
De vrouw startte een procedure omdat de man de pensioenrechten nog niet had verdeeld, ondanks zijn pensioen vanaf 2007. Het Gerecht kende haar een deel van de pensioenrechten toe, maar het Hof stelt vast dat de rechten bij Zwitserleven deels vóór het huwelijk zijn opgebouwd en past de bedragen aan.
Het Hof oordeelt dat de vordering van de vrouw niet verjaard is omdat de pensioenuitkeringen pas in 2012 ingingen en de man haar niet tijdig informeerde. Het beroep van de man op afkoop met andere goederen wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
De uitspraak bevestigt het belang van duidelijke afspraken over pensioenverdeling bij beperkte gemeenschap en benadrukt dat verjaring niet kan worden ingeroepen als de pensioenuitkeringen nog niet zijn aangevangen. Het vonnis wijzigt de toegewezen bedragen en compenseert de kosten in beide instanties.
Uitkomst: Het Hof wijst lagere pensioenbedragen toe aan de vrouw en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.