Uitspraak
Zaaknummer: H-212/2019
Beslissing
[VERDACHTE],
een jaar.
mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de veroordeelde en haar raadsman,
mr. M.F. Murray, naar voren is gebracht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 18 november 2021 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van het Gerecht in eerste aanleg te Curaçao van 27 september 2019. De zaak betreft een ontnemingsvordering ex artikel 1:77 Wetboek Pro van Strafrecht tegen de veroordeelde wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit swipen.
Het Gerecht had het voordeel vastgesteld op NAf 509.280,17 (USD 284.514,06) en de veroordeelde verplicht tot betaling aan het land Curaçao. Bij gebreke van betaling zou vervangende hechtenis worden toegepast. De veroordeelde stelde hoger beroep in en voerde aan dat het geschatte voordeel onjuist was, met een gecorrigeerde berekening die leidde tot een lager of geen voordeel, mede door aftrek van kosten en gestolen bedragen.
Het Hof heeft de standpunten van partijen en de stukken, waaronder verklaringen van de veroordeelde en berekeningen van de politie, zorgvuldig gewogen. Het Hof oordeelt dat het Gerecht terecht het voordeel heeft vastgesteld op basis van de door de veroordeelde zelf bevestigde berekening. De door de verdediging aangevoerde kosten en diefstal kunnen niet als aftrekposten worden gehanteerd.
Daarom bevestigt het Hof het vonnis van het Gerecht en legt de verplichting tot betaling van het vastgestelde bedrag op. De beslissing werd genomen door drie leden van het Hof en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de ontnemingsvordering van NAf 509.280,17 en legt betaling op aan het land Curaçao.